Waarop moet een organisator letten bij het organiseren van een fuif? Wie kan helpen als je denkt aan het organiseren van een fuif?
Een organisator van een fuif of optreden moet aan verschrikkelijk veel denken. Om niets te vergeten werk je best met een checklist. Voor een dergelijke model-checklist of voor hulp in het algemeen kan je in heel wat gemeenten terecht bij de gemeentelijke jeugddienst, en ook Fuifpunt biedt je de mogelijkheid om een fuifchecklist te downloaden. Als er een Jongereninformatiepunt (Jip) in de gemeente is, zal je daar ook zeker informatie over fuiven vinden. In gemeenten waar geen checklist of draaiboek of iets dergelijks bestaat kan de jeugdraad hier initiatief in nemen. Vaak beschikken de plaatselijke jeugdwerkinitiatieven over heel wat ervaring in het organiseren van een fuif. Zij hebben meestal ook specifieke kennis over de vereisten in de za(a)l(en) in de gemeente. Verder is in de brochure "Fuifnummers" (van de Vlaamse Federatie voor Jeugdhuizen in samenwerking met de provincie Limburg) een uitgebreid overzicht opgenomen met aandachtspunten voor de organisator.Ook Jongerengemeenschappen heeft een brochure met checklist, namelijk Fuiven moet kunnen.
Als een zaal over een milieuvergunning beschikt, hebben allerlei gemeentelijke voorschriften, politieverordeningen, voorschriften van de brandweer, enzovoort dan nog enig nut?
Indien de milievergunningsvoorwaarden niet worden nageleefd, kan de burgemeester dwangmaatregelen treffen, zoals de (tijdelijke) sluiting van de inrichting. De gemeentelijke bevoegdheid om politieverordeningen uit te vaardigen is beperkt tot de materies die niet geregeld zijn door hogere overheden. Gezien inrichtingen met een milieuvergunning onder het milieuvergunningsdecreet en de VLAREM vallen, kan de gemeenteraad dus geen politiereglementen uitvaardigen voor deze inrichtingen. Bij de aflevering van de vergunning heeft het college van burgemeester en schepenen de mogelijkheid om bijzondere voorwaarden op te leggen in de milieuvergunning, ter bescherming van de mens en het leefmilieu. Dit wordt bepaald in Art.20, derde lid van het milieuvergunningsdecreet (28 juni 1985). De brandveiligheidsnormen zijn een onderdeel van VLAREM, men kan dus geen milieuvergunning krijgen als men niet voldoet aan die normen.
Kan de politie ingeschakeld worden bij de organisatie van fuiven?
De politie heeft heel wat verschillende taken, waaronder taken van bestuurlijke politie. Hierdoor kan de politie ingeschakeld worden bij de begeleiding van evenementen.
Artikel 223 bis van de Nieuwe Gemeentewet werd inmiddels opgeheven door artikel 207 van de Wet op de Geïntegreerde Politie en vervangen door artikel 90 van de Wet op de Geïntegreerde Politie dat stelt dat de gemeenteraad of de politieraad kan een reglement vaststellen betreffende de inning van een vergoeding voor opdrachten van bestuurlijke politie van de lokale politie. De voorwaarden en nadere regels van inning moeten per Koninklijk Besluit (KB) geregeld worden. Tot op heden is er nog geen uitvoeringsbesluit genomen door de overheid zodat nog geen vergoeding voor diensten van bestuurlijke politie kan gevraagd worden (behoudens twee uitzonderingen m.b.t. het waardetransport door de federale politie en de gedeeltelijke recuperatie van de kosten van de inzet van politie bij voetbalwedstrijden). Dus tot op heden kan nog geen vergoeding gevraagd worden voor taken van bestuurlijke politie tenzij de organisator samen met de bestuurlijke overheid tot een (soort onderhandse) overeenkomst ter zake komt.
Er zijn twee soorten opdrachten van bestuurlijke organisatie waarvoor deze vergoeding bestaat. Ten eerste zijn er taken die de politie uitvoert op vraag van een particulier persoon (dus ook een organisator van fuiven e.d.), die een bijzondere aanwending van personeel of materiaal vereisen. Voorwaarde is dat de gemeenteraad deze omstandigheden omschrijft. Ten tweede kan een persoon afspraken maken in een akkoord met de burgemeester. Als deze persoon die afspraken niet naleeft en de politie bepaalde taken in zijn/haar plaats moet doen, kan de gemeente hiervoor een vergoeding aanrekenen. Akkoorden kunnen bijvoorbeeld afgesloten worden met een organisator wanneer het om uitzonderlijke, grote evenementen gaat. Concreet geldt deze regeling als de politie wordt ingeschakeld bij megaparty's of andere grote evenementen (bijvoorbeeld festivals). Indien extra inzet van personeel of materiaal vereist is en er een vraag van een privé-persoon is of een akkoord werd afgesloten, kan de gemeente een vergoeding vragen voor de inzet van de politie. De gemeente is wel vrij om al dan niet een vergoeding te vragen en kan steeds bepaalde evenementen, bijvoorbeeld culturele activiteiten, vrijstellen. Voor jeugdwerkinitiatieven zou bijvoorbeeld een dergelijke vrijstelling kunnen gelden. Het gemeentebestuur moet immers een afweging maken als ze een vergoeding vraagt. Er is immers een groot verschil tussen grootschalige evenementen met een winstgevend karakter, eventueel opgezet door professionele organisators die soms nauwelijks of helemaal geen band hebben met de gemeente, en (kleine) activiteiten van een plaatselijke vereniging. Ook hier geldt weer dat een overreglementering een negatief effect kan hebben op verenigingen die dan misschien niets meer (kunnen) organiseren. Tot slot kan geen vergoeding gevraagd worden als het algemeen belang doorslaggevend is, bijvoorbeeld om vlot verkeer te verzekeren.
TIP : Samengevat kan de politie dus een heel belangrijke rol spelen bij het goede verloop van een fuif, optreden, bal, kortom van elk evenement. Hetzij voor het vrijwaren van de openbare orde buiten de zaal of fuif, hetzij bij interventies als er zich ernstige problemen in de zaal voordoen binnen het fuifterrein, hetzij ze ingeschakeld worden in de organisatie. Het lijkt dan ook aangeraden dat er -al dan niet in het kader van een draaiboek, fuifcharter e.d.-afspraken gemaakt worden met de plaatselijke politie. Zeker indien zich regelmatig problemen voordoen. Samenwerking tussen organisator(en) en politiediensten kan immers wederzijdse frustratie vermijden, zodat politiemensen niet het gevoel krijgen dat zij de grote boosdoeners zijn die jongeren hun plezier afpakken en dat anderzijds organisatoren niet voortdurend met de schrik moeten leven dat bij het minste foutje de fuif zal worden stilgelegd. Een goede samenwerking zal ook veel effectiever zijn in het vermijden van hinder, het verzekeren van de veiligheid, zowel binnen als buiten de zaal of het fuifterrein.
Kan de politie ingeschakeld worden bij de organisatie van fuiven?
De politie heeft heel wat verschillende taken, waaronder taken van bestuurlijke politie. Hierdoor kan de politie ingeschakeld worden bij de begeleiding van evenementen.
Artikel 223 bis van de Nieuwe Gemeentewet werd inmiddels opgeheven door artikel 207 van de Wet op de Geïntegreerde Politie en vervangen door artikel 90 van de Wet op de Geïntegreerde Politie dat stelt dat de gemeenteraad of de politieraad kan een reglement vaststellen betreffende de inning van een vergoeding voor opdrachten van bestuurlijke politie van de lokale politie. De voorwaarden en nadere regels van inning moeten per Koninklijk Besluit (KB) geregeld worden. Tot op heden is er nog geen uitvoeringsbesluit genomen door de overheid zodat nog geen vergoeding voor diensten van bestuurlijke politie kan gevraagd worden (behoudens twee uitzonderingen m.b.t. het waardetransport door de federale politie en de gedeeltelijke recuperatie van de kosten van de inzet van politie bij voetbalwedstrijden). Dus tot op heden kan nog geen vergoeding gevraagd worden voor taken van bestuurlijke politie tenzij de organisator samen met de bestuurlijke overheid tot een (soort onderhandse) overeenkomst ter zake komt.
Er zijn twee soorten opdrachten van bestuurlijke organisatie waarvoor deze vergoeding bestaat. Ten eerste zijn er taken die de politie uitvoert op vraag van een particulier persoon (dus ook een organisator van fuiven e.d.), die een bijzondere aanwending van personeel of materiaal vereisen. Voorwaarde is dat de gemeenteraad deze omstandigheden omschrijft. Ten tweede kan een persoon afspraken maken in een akkoord met de burgemeester. Als deze persoon die afspraken niet naleeft en de politie bepaalde taken in zijn/haar plaats moet doen, kan de gemeente hiervoor een vergoeding aanrekenen. Akkoorden kunnen bijvoorbeeld afgesloten worden met een organisator wanneer het om uitzonderlijke, grote evenementen gaat. Concreet geldt deze regeling als de politie wordt ingeschakeld bij megaparty's of andere grote evenementen (bijvoorbeeld festivals). Indien extra inzet van personeel of materiaal vereist is en er een vraag van een privé-persoon is of een akkoord werd afgesloten, kan de gemeente een vergoeding vragen voor de inzet van de politie. De gemeente is wel vrij om al dan niet een vergoeding te vragen en kan steeds bepaalde evenementen, bijvoorbeeld culturele activiteiten, vrijstellen. Voor jeugdwerkinitiatieven zou bijvoorbeeld een dergelijke vrijstelling kunnen gelden. Het gemeentebestuur moet immers een afweging maken als ze een vergoeding vraagt. Er is immers een groot verschil tussen grootschalige evenementen met een winstgevend karakter, eventueel opgezet door professionele organisators die soms nauwelijks of helemaal geen band hebben met de gemeente, en (kleine) activiteiten van een plaatselijke vereniging. Ook hier geldt weer dat een overreglementering een negatief effect kan hebben op verenigingen die dan misschien niets meer (kunnen) organiseren. Tot slot kan geen vergoeding gevraagd worden als het algemeen belang doorslaggevend is, bijvoorbeeld om vlot verkeer te verzekeren.
TIP : Samengevat kan de politie dus een heel belangrijke rol spelen bij het goede verloop van een fuif, optreden, bal, kortom van elk evenement. Hetzij voor het vrijwaren van de openbare orde buiten de zaal of fuif, hetzij bij interventies als er zich ernstige problemen in de zaal voordoen binnen het fuifterrein, hetzij ze ingeschakeld worden in de organisatie. Het lijkt dan ook aangeraden dat er -al dan niet in het kader van een draaiboek, fuifcharter e.d.-afspraken gemaakt worden met de plaatselijke politie. Zeker indien zich regelmatig problemen voordoen. Samenwerking tussen organisator(en) en politiediensten kan immers wederzijdse frustratie vermijden, zodat politiemensen niet het gevoel krijgen dat zij de grote boosdoeners zijn die jongeren hun plezier afpakken en dat anderzijds organisatoren niet voortdurend met de schrik moeten leven dat bij het minste foutje de fuif zal worden stilgelegd. Een goede samenwerking zal ook veel effectiever zijn in het vermijden van hinder, het verzekeren van de veiligheid, zowel binnen als buiten de zaal of het fuifterrein.
Kan de politie of de burgemeester verplichten dat je een controle doet op leeftijd?
De politie kan de fuiforganisator niet verplichten iemand aan de deur te zetten die de controle moet doen op leeftijd. Want dan zou deze activiteit onder de bewakingswet vallen. Een bewaking kan immers wettelijk niet worden opgelegd aan de organisator. Men kan wel vragen dat men bij de verkoop van de tickets daar wel rekening mee houdt.
Klopt het dat het verplicht is bij elke fuif in een tent een brandweercontrole uit te voeren?
Om te weten te komen welke verantwoordelijkheden je als fuiforganisator op dit vlak hebt, kan je best eens nagaan wat er in het gemeentelijke reglement rond brandveiligheid bepaald is. Het spreekt voor zich dat ook tentfuiven aan de nodige vereisten op het gebied van (brand)veiligheid moeten voldoen. Bij grootschalige evenementen is er normaalgezien sowieso vooraf veiligheidsoverleg met de gemeente en politie, brandweer,... waarbij je nuttige tips krijgt om je evenement zo veilig mogelijk te maken.
Kan je als gemeente een verzekering verplichten?
De gemeente heeft niet het recht om een verzekering te verplichten. Wel kan een zaaluitbater dingen verplicht stellen. Wat kan je als gemeente wel doen? Een abonnementspolis aanbieden waarbij zowel de burgerlijke als de contractuele aansprakelijkheid (inclusief vandalisme) wordt gedekt. De vereniging is vrij om hier al dan niet gebruik van te maken (en kan dus ook nog steeds bij de eigen verzekeraar terecht).
Kan je als gemeente fuiforganisatoren verplichten een erkende bewakingsfirma in te zetten?
De fuiforganisator kan inderdaad niet verplicht worden via een politiereglement of door een besluit van de burgemeester om een erkende bewakingsfirma in te schakelen. Toch is het raadzaam bij een fuif of evenement waar je heel veel bezoekers verwacht voldoende aandacht te besteden aan de veiligheid en overleg te plegen met het lokale bestuur en de politie. Het komt voor dat gemeenten in hun gebruikersreglement voor hun eigen gemeentelijke infrastructuur dergelijke clausules opnemen. Het wordt dan een voorwaarde om de infrastructuur te mogen huren. Hier is het belangrijk er als gemeente op toe te zien dat die voorwaarden voor iedereen dezelfde zijn, je mag geen bevolkingsgroepen discrimineren.
Hoe ontwikkel je een gemeentelijk feest- en fuifbeleid?
Om te komen tot een feestbeleid dat alle betrokken actoren ten goede komt, hou je best een aantal principes voor ogen. Neem ondersteuning en stimulering van het lokale fuifgebeuren als algemene uitgangspunten.
Kies voor beleid op maat en maak een afweging tussen de verschillende mogelijke instrumenten om vorm te geven aan je fuifbeleid.
Werk met concrete doelstellingen en acties.
Vertrek vanuit samenwerking met en tussen verschillende lokale actoren om tot een gedragen beleid te komen.
Meer lezen kan als je doorklikt naar Beleid »;Lokaal feest- en fuifbeleid »accenten van een goed fuifbeleid.
Wat wordt er verstaan onder een uniek loket?
Een uniek loket voor fuiven en feesten is het centrale aanspreekpunt in de gemeente voor wie een fuif of feest wil organiseren. De bedoeling van het feestloket is, om waar nodig, ondersteuning te bieden aan de organisator, zodat deze in optimale omstandigheden, met een minimum aan administratieve rompslomp, zijn/haar evenement kan organiseren.
Waarom kies je als gemeente voor een uniek loket fuiven?
Fuiforganisatoren worden geconfronteerd met een hoop regels waar ze niet wijs uit raken. Vaak worden ze van het kastje naar de muur gestuurd om aan alle nodige vergunningen te geraken. Een fuifloket waar ze terecht kunnen voor informatie en alle nodige vergunningen betekent een belangrijke ontlasting van de fuiforganisator.
Elke overheid staat voor de uitdaging de dienstverlening aan haar burgers voortdurend te verbeteren en haar werking zo te organiseren dat ze soepel kan inspelen op nieuwe uitdagingen.
Op termijn kan een goed geolied éénloketsysteem voor de gemeente ook een verhoogde efficiëntie opleveren omdat alle informatie, formulieren en bijhorende vragen en antwoorden er gegroepeerd worden en de administratieve rompslomp tot een minimum herleid wordt.
Mensen die initiatieven nemen om andere mensen samen te brengen, zorgen voor belangrijke netwerken in de samenleving. Feesten zijn een krachtig middel om verzuring en vereenzaming tegen te gaan. In feite is een opdracht van elke overheid om deze mensen verder aan te moedigen en hen maximaal te ondersteunen.
Hoe geef je vorm aan een uniek loket in je gemeente?
Je houdt bij het opzetten van een feestloket best een aantal principes voor ogen.
Het uniek loket is er om de administratieve rompslomp te verminderen, vermijd de creatie van extra regels.
Je stelt het uniek loket best open voor iedereen, en je hanteert ook best voor iedereen dezelfde voorwaarden. Jongeren strengere voorwaarden opleggen dan andere bevolkingsgroepen mag je niet zomaar.
Leg het accent op ondersteuning van de organisator om tot een goede fuif te komen. Het is belangrijk dat een uniek loket gekaderd wordt binnen een constructief gemeentelijk fuifbeleid dat fuiven blijvend wil mogelijk maken en stimuleren.
Vaak wordt dit loket toegevoegd aan de jeugddienst. In sommige gemeenten krijgt het uniek loket onderdak bij de cultuurdienst, de dienst Vrije Tijd, of de dienst Feesten. Bij welke gemeentelijke dienst het uniek loket ondergebracht wordt is op zich niet zo belangrijk, de motivatie/argumenten waarop men zich baseert om dit te doen zijn dat wel. Ook de attitude van de ambtenaar is erg belangrijk. Hij/zij moet enige affiniteit hebben met het verenigingsleven en stelt de ondersteuning van de organisator voorop. De organisator mag dus niet het gevoel krijgen dat het uniek loket een verlengde is van bijvoorbeeld de politiedienst of dat het een soort controle-orgaan is. Welke functies een feestloket op zich kan nemen, lees je bij »Beleid »Lokaal feest- en fuifbeleid »éénloketsysteem »minimale functies.
Welke taken kan een uniek loket fuiven zoal op zich nemen?
Het uniek loket is het aanspreekpunt van de organisator in de gemeente. De persoon die het uniek loket bevolkt zorgt voor de contacten met de andere gemeentelijke diensten. Waarvoor kan de organisator bij het uniek loket aankloppen?
Alle informatie over het wettelijk kader rond fuiven is aanwezig bij het unieke loket, ook andere informatie die praktisch kan zijn voor de organisator, zoals een checklist, een lijst van erkende bewakingsondernemingen, lijst van fuifzalen,… is er voorhanden.
Alle formulieren die een fuiforganisator moet invullen, kan hij bij het fuifloket krijgen: SABAM, billijke vergoeding, formulier 240i, aanvraag om een openluchtactiviteit te organiseren, …
De organisator kan er terecht voor advies over alles wat met fuiven te maken heeft.
De ambtenaar van het uniek loket zorgt ervoor dat alle formulieren hun weg vinden naar de juiste diensten.
Op welke manieren kan je als gemeente fuiforganisatoren ondersteunen?
Je kan het lokale feestgebeuren in al zijn facetten ondersteunen door een constructief fuifbeleid uit te werken. De concrete ondersteuning van de fuiforganisator is hier een expliciet onderdeel van, en er zijn verschillende manieren om die in te vullen. De meest fundamentele ondersteuning die een gemeente kan bieden, is de inhoudelijke. Idealiter kan de organisator voor deze ondersteuning terecht bij het uniek fuifloket in de gemeente. Meer informatie over dit loket vind je bij feest- en fuifbeleid > éénloketsysteem. Verder kan je als gemeente zorgen voor materiële ondersteuning, financiële steun, ondersteuning van de promotie, stimulering van milieuvriendelijke fuiven. » Beleid » Lokaal feest- en fuifbeleid » ondersteuning.
Hoe verhoog je de veiligheid van fuiven in je gemeente?
Je hebt als gemeente een aantal terreinen waar je op kan werken, we pikken er hier een paar uit. Ook voor het bevorderen van een veilig fuifklimaat gelden ondersteuning en faciliteren als sleutelwoorden.
Zet regelmatig overleg op tussen fuiforganisatoren, zaaluitbaters, de gemeente, politie, jeugddienst, milieudienst,… om samen actief na te denken over veilig fuiven.
Geef het goede voorbeeld met de gemeentelijke infrastructuur, zorg ervoor dat deze in orde is met alle (brand)veiligheidsvoorschriften.
De gemeente kan ook het initiatief nemen om preventieve acties rond brandveiligheid op te zetten in samenwerking met de brandweer.
Je kan hier veel meer over lezen bij
Kan de gemeente de fuiforganisator verplichten buiten de fuifzaal toezicht te houden?
In de buurt van de fuifzaal is het niet de fuiforganisator die verantwoordelijk is voor de veiligheid. Hij/zij kan natuurlijk de nodige voorzorgsmaatregelen nemen, maar wat er buiten de fuifzaal of het fuifterrein gebeurt, valt onder de regels van openbare orde, rust en veiligheid en het is de politie die hier op toeziet. Zij zijn verantwoordelijk voor de naleving ervan en niet de organisator. Fuifstewards mogen bijvoorbeeld niet ingezet worden om de omgeving van de fuifzaal te bewaken, dit is een opdracht die voorbehouden is voor de politie.
Gelden de bepalingen van gemeentelijke politiereglementen voor zalen die over een milieuvergunning beschikken?
Artikel 119 van de Gemeentewet bepaalt dat een gemeente enkel reglementen en verordeningen kan goedkeuren die niet in strijd zijn met de wetten, decreten, de ordonnanties, de reglementen en de besluiten van de Staat, de Gewesten, de Gemeenschappen, de Gemeenschapscommissie, de provincieraad en de Bestendige Deputatie van de provincieraad. Beschikt een zaal over een milieuvergunning, dan gelden voor die fuifzaal de voorwaarden uit de milieuvergunning, en niet wat hierover in gemeentelijke reglementen is bepaald
Op welke manier kan de gemeente het fuifzalenaanbod in de gemeente helpen verbeteren?
Je kan er als gemeente voor kiezen om te investeren in nieuwe of bestaande fuifinfrastructuur, en je kan op regelmatige basis overleg plegen met de particuliere zaaluitbaters om te kijken wat hun noden zijn en hoe je hierop kan inspelen.
Wat heeft een fuifdraaiboek voor op een politiereglement?
Als gemeente zou je in het kader van de ontwikkeling van een fuifbeleid kunnen kiezen voor één algemeen geldend fuifreglement. Op het eerste zicht lijkt dit een voor de hand liggende keuze. Op die manier weten alle partijen die bij het fuiven betrokken zijn waar ze aan toe zijn. Een fuifreglement zorgt er ook voor dat iedereen die een fuif of feest organiseert over dezelfde kam geschoren wordt. Toch hoef je om een goed fuifbeleid te voeren niet noodzakelijk naar een fuifreglement terug te grijpen. Een aantal bedenkingen bij de keuze voor een fuifreglement. Een fuifreglement vertrekt van uniforme regels voor iedereen. Hier schuilt mogelijk het gevaar dat er onvoldoende rekening gehouden kan worden met de grote diversiteit aan feesten, fuiven, festivals en happenings.In de nasleep van de politiehervorming heerst op sommige plaatsen de tendens om binnen één politiezone de strengste normen van één gemeente tot regel te verheffen. Uniformiteit in de regelgeving maakt de taak van de politie heel wat gemakkelijker. Maar het argument van uniformiteit aangrijpen om meteen te opteren voor de strengste norm zonder dat hiertoe een aanleiding is, is onnodig. Een algemeen reglement is ook niet het beste antwoord op problemen die zich eerder uitzonderlijk voordoen. De occasionele gevallen waarbij het mis gaat, vragen om maatregelen op maat. Ze mogen niet aangegrepen worden om strengere regelgeving in te voeren waarvan alle organisatoren de dupe worden. De getroffen maatregelen moeten in verhouding staan tot de doelstellingen die je wil bereiken, namelijk inbreuken op de openbare rust tegengaan. Een fuifreglement zorgt dus mogelijk voor meer regels, en dit kan niet de bedoeling zijn. Regulitis is nu al een door organisatoren vaak aangeklaagd probleem. Een overdaad van regels over fuiven opnemen in het politiereglement heeft weinig zin. Bovendien heeft de gemeente al heel wat wettelijke regels in handen om het fuifgebeuren lokaal aangenaam en veilig te houden.
Een fuifdraaiboek, dat aandacht heeft voor structurele zaken, maar dat tegelijkertijd ruimte laat om in te spelen op de specificiteit van een evenement kan veel meer zoden aan de dijk brengen dan een gedetailleerd fuifreglement waarin aan alle feesten en fuiven dezelfde regels worden opgelegd. (Zie ook gemeentelijk feest- en fuifbeleid; accenten van een goed feest- en fuifbeleid; beleid op maat). Zeker wanneer dit fuifdraaiboek kadert in een breder constructief feestbeleid met concrete doelstellingen en acties dat de gemeente uitstippelt.
Kan je als gemeente opleggen dat fuiforganisatoren min 16-jarigen moeten weigeren?
Een min 16-jarige is normaal (zonder begeleiding van een volwassene) niet toegelaten in een gelegenheid waar wordt gedanst. De wet van 15 juli 1960 op de zedelijke bescherming van de jeugd (BS 20-07-1960) bepaalt inderdaad in Art. 1 dat een jongere beneden de 16 jaar (sinds 9 juli 1973, daarvoor was dat 18 jaar) een danszaal niet mag betreden. Dit verbod is echter niet absoluut. Art. 1,3° bepaalt dat iedere jongere, ongeacht zijn leeftijd, toegang heeft tot bals die zonder winstgevend doel zijn ingericht (bal van de burgemeester, schoolbal, bals en fuiven van verenigingen). Het mag dus wel, als de danspartij niet uit handelsgeest wordt opgezet. Het is altijd de rechtbank die beoordeelt of een fuif een handelskarakter heeft of niet. Als er geen handelsgeest is, kunnen min 16-jarigen normaal ook niet worden geweigerd, je mag immers niemand discrimineren. In een gemeentelijke zaal is er meestal geen handelskarakter en dus geen wettelijke basis om iemand te weigeren. Bovendien mag de overheid ook geen bevolkingsgroepen discrimineren (grondwettelijk gelijkheidsbeginsel).
Kan je organisatoren verplichten hun fuif te melden bij de gemeente?
Leg het accent op de ondersteuning van de fuiforganisator, en niet op het melden van de fuif. Engageer je als gemeente om tegenover de melding door de organisator een aantal stimulerende en ondersteunende maatregelen te stellen. Op die manier wordt het organiseren van een fuif ook uit de hoek van potentiële overlast gehaald en in een ruimer en positiever kader geplaatst. Je kan vragen dat fuiforganisatoren hun fuif melden. Het niet-melden kan geen aanleiding zijn om een fuif stil te leggen of om sancties op te leggen.Als je als lokale overheid bij de melding dingen vraagt aan de fuiforganisator die niets met de openbare orde te maken hebben, ben je er dan van bewust dat je de organisator nooit kan verplichten deze informatie te geven! Organisatoren verplichten om toestemming te vragen voor hun fuif in een besloten ruimte kan niet. De vrijheden die onze Grondwet toekent, verzetten zich in beginsel tegen preventieve maatregelen. Als de gemeente een systeem van vergunningen in wil voeren voor evenementen toegankelijk voor publiek in of buiten gelegenheden, dan moet dit gezien worden als de invoering van een preventieve maatregel, een voorafgaande beperking. Organisatoren zijn in een systeem van vergunning a priori verplicht een toelating aan te vragen om een evenement te mogen organiseren. Er is een toelatende (eventueel stilzwijgende) beslissing van de gemeentelijke overheid nodig voor de particulier tot de organisatie van het evenement kan overgaan. Meldingsplicht wordt echter gezien als een louter regelende maatregel die slechts de ordelijke uitoefening van rechten en vrijheden tot voorwerp heeft zonder deze zelf aan te tasten. (De Staercke, 'Evenementen toegankelijk voor publiek en onderworpen aan vergunningen. Welke ruimte hebben onze gemeenten?', Nieuwsbrief VSGB 2003/01, 4-9. zie links) De gemeente kan enkel voor evenementen ‘in open lucht’ (op of aan openbare wegen) zonder meer een vergunningenstelsel voor evenementen in het leven roepen. Voor ‘vertoningen’ geldt hiervoor art. 130 NGW Voor andere evenementen kan een beroep gedaan worden op art. 119 en 133, tweede lid, NGW. Voor evenementen die niet op openbare wegen en/of pleinen georganiseerd worden, beschikt de gemeente echter over weinig speelruimte om dergelijk stelsel te organiseren. Voor vertoningen geldt het principieel verbod van preventieve maatregelen, en dergelijke evenementen kunnen ingevolgde de strenge rechtspraak van de raad van state slechts heel uitzonderlijk verboden worden. Ook voor andere evenementen zal er zelden ruimte voor de creatie van een toelatingsstelsel zijn, aangezien voor de meeste een verbod van preventieve maatregelen zal gelden ingevolge de vrijheid van meningsuiting, van vergadering of van eredienst. Slechts voor de evenementen die niet onder de bescherming van een van deze vrijheden vallen, kan de gemeente desgewenst preventief optreden als zij haar bevoegdheid kan terugbrengen tot art. 119 en 133, tweede lid, NGW. (De Staercke, 5-6, zie links)
In het kader van de openbare orde kan er dus voor openbare vergaderingen in gesloten ruimten geen voorafgaandelijke vergunning worden opgelegd. Je kan enkel eisen dat deze vergaderingen vreedzaam en ongewapend zijn. Een gemeentebestuur mag geen misbruik maken van recht. In het kader van haar opdracht om de orde te handhaven, kan een gemeentebestuur dus geen structurele preventieve maatregelen nemen waarbij grondwettelijke vrijheden worden beperkt.
Kan je als gemeente een sluitingsuur opleggen?
Op het vlak van bevoegdheid van de gemeenteraad om een politievordering uit te vaardigen tot de instelling van een algemeen sluitingsuur, zijn de meningen verdeeld tussen het Hof van Cassatie en de Raad van State. Het Hof van Cassatie aanvaardt een algemeen sluitingsuur. Klaarblijkelijk is het Hof van Cassatie de mening toegedaan dat herbergen en dancings a priori een bron van overlast vormen of een gevaar zijn voor de openbare orde. De Raad van State daarentegen lijkt zich in recentere rechtspraak gevoeliger op te stellen voor de argumenten van de getroffen herberg- en dancinguitbaters en oordeelt dat algemene politievorderingen de wettigheidtoets niet kunnen doorstaan. De Raad gaat er van uit dat de handelaar de vrijheid moet hebben om handel te drijven naar zijn eigen goeddunken (openingsuren incluis) en is van oordeel dat enkel door of krachtens een wet deze vrijheid kan beknot worden. Er bestaat dus geen duidelijkheid over. In het verleden is er ook geen onderscheid gemaakt tussen de soorten activiteiten waarvoor een sluitingsuur geldt. Daarbij komt nog de vraag wat de relevantie is van de redenering van de Raad van State als het over fuiven gaat. Je kan niet zomaar alle fuiven gaan beschouwen als een vorm van handel drijven. Dat zou op zich geen goede zaak zijn, en het zou betekenen dat je aan heel wat extra verplichtingen moet voldoen. Wij gaan er dus vanuit dat fuiven aan een sluitingsuur onderworpen kunnen worden.
Hoe kan je als gemeente de administratieve rompslomp rond borden langs de openbare weg verminderen?
Je kan in samenspraak met de provinciale dienst Wegen & Verkeer een aantal percelen in de gemeente permanent ter beschikking stellen voor aanplakborden. Standaardpercelen voorzien langs de verschillende invalswegen is een efficiënte manier om een wildgroei van borden en panelen tegen te gaan. De gemeente bewijst er ook de fuiforganisator een dienst mee. Er bestaat voor eens en voor altijd eenduidigheid over de plaatsen waar er wel en niet borden mogen komen. Als fuiforganisator hoef je maar even langs te gaan bij de gemeente voor een overzichtslijst, en je kan aan je promotietoer beginnen.
Hoe kan je als gemeente de administratieve rompslomp rond borden langs de openbare weg verminderen?
Je kan in samenspraak met de provinciale dienst Wegen & Verkeer een aantal percelen in de gemeente permanent ter beschikking stellen voor aanplakborden. Standaardpercelen voorzien langs de verschillende invalswegen is een efficiënte manier om een wildgroei van borden en panelen tegen te gaan. De gemeente bewijst er ook de fuiforganisator een dienst mee. Er bestaat voor eens en voor altijd eenduidigheid over de plaatsen waar er wel en niet borden mogen komen. Als fuiforganisator hoef je maar even langs te gaan bij de gemeente voor een overzichtslijst, en je kan aan je promotietoer beginnen.
Gelden politiereglementen voor privéfuiven?
De meeste wettelijke bepalingen zijn niet van toepassing op privéfuiven. Politiereglementen, sluitingsuren, de wet op de bewakingsondernemingen, de verplichte tapvergunningen gelden niet voor privéfuiven.
Wel dient de organisator van een privéfuif SABAM en de billijke vergoeding te betalen. Het privékarakter van een fuif sluit deze auteursrechten niet uit! Ook artikel 561 van het strafwetboek (verstoring van de nachtrust) geldt voor privéfuiven, net als artikel 3 van het KB van 24 februari 1977 over geluidsnormen als de fuif plaatsvindt in een niet-ingedeelde inrichting. (Zie ook het deel geluidshinder)
Over welke wettelijke instrumenten beschik je nu als gemeente al om het fuifgebeuren lokaal in goede banen te leiden?
Attest hygiëne (240b) KB 3 april 1953.
Brandweernormen en –attest.
Bevoegdheid die de gemeente heeft vanuit Vlarem (hoofdstuk 6.7) om uitzonderingen toe te staan op de geluidsnormen van het KB van 24/02/1977.
De bevoegdheden die een gemeente heeft vanuit de Nieuwe Gemeentewet (Art. 134Ter en Art 134quater) om een gelegenheid waarrond er regelmatig overlast is tijdelijk te sluiten en dit voor een duur van maximum drie maanden.
Vertrekken van de bestaande wetgeving heeft bovendien als groot voordeel dat ze ook toepasbaar is op privaatfeesten, terwijl een politiereglement enkel geldt voor openbare feesten.
Kan de politie ingeschakeld worden bij de organisatie van fuiven?
De politie heeft heel wat verschillende taken, waaronder taken van bestuurlijke politie. Hierdoor kan de politie ingeschakeld worden bij de begeleiding van evenementen. Door de toepassing van artikel 233bis van de Nieuwe Gemeentewet en sinds een Koninklijk Besluit van 14 september 1997 kan de gemeenteraad ook een vergoeding innen voor deze opdrachten van bestuurlijke politie. Er zijn twee soorten opdrachten van bestuurlijke organisatie waarvoor deze vergoeding bestaat. Ten eerste zijn er taken die de politie uitvoert op vraag van een particulier persoon (dus ook een organisator van fuiven e.d.), die een bijzondere aanwending van personeel of materiaal vereisen. Voorwaarde is dat de gemeenteraad deze omstandigheden omschrijft. Ten tweede kan een persoon afspraken maken in een akkoord met de burgemeester. Als deze persoon die afspraken niet naleeft en de politie bepaalde taken in zijn/haar plaats moet doen, kan de gemeente hiervoor een vergoeding aanrekenen. Akkoorden kunnen bijvoorbeeld afgesloten worden met een organisator wanneer het om uitzonderlijke, grote evenementen gaat. Concreet geldt deze regeling als de politie wordt ingeschakeld bij megaparty’s of andere grote evenementen (bijvoorbeeld festivals). Indien extra inzet van personeel of materiaal vereist is en er een vraag van een privé-persoon is of een akkoord werd afgesloten, kan de gemeente een vergoeding vragen voor de inzet van de politie. De gemeente is wel vrij om al dan niet een vergoeding te vragen en kan steeds bepaalde evenementen, bijvoorbeeld culturele activiteiten, vrijstellen. Voor jeugdwerkinitiatieven zou bijvoorbeeld een dergelijke vrijstelling kunnen gelden. Het gemeentebestuur moet immers een afweging maken als ze een vergoeding vraagt. Er is immers een groot verschil tussen grootschalige evenementen met een winstgevend karakter, eventueel opgezet door professionele organisators die soms nauwelijks of helemaal geen band hebben met de gemeente, en (kleine) activiteiten van een plaatselijke vereniging. Ook hier geldt weer dat een overreglementering een negatief effect kan hebben op zo’n verenigingen die dan misschien niets meer (kunnen) organiseren. Tot slot kan geen vergoeding gevraagd worden als het algemeen belang doorslaggevend is, bijvoorbeeld om vlot verkeer te verzekeren. TIP : Samengevat kan de politie dus een heel belangrijke rol spelen bij het goede verloop van een fuif, optreden, bal, kortom van elk evenement. Hetzij voor het vrijwaren van de openbare orde buiten de zaal of fuif, hetzij bij interventies als er zich ernstige problemen in de zaal voordoen binnen het fuifterrein, hetzij ze ingeschakeld worden in de organisatie. Het lijkt dan ook aangeraden dat er -al dan niet in het kader van een draaiboek, fuifcharter e.d.-afspraken gemaakt worden met de plaatselijke politie. Zeker indien zich regelmatig problemen voordoen. Samenwerking tussen organisator(en) en politiediensten kan immers wederzijdse frustratie vermijden, zodat politiemensen niet het gevoel krijgen dat zij de grote boosdoeners zijn die jongeren hun plezier afpakken en dat anderzijds organisatoren niet voortdurend met de schrik moeten leven dat bij het minste foutje de fuif zal worden stilgelegd. Een goede samenwerking zal ook veel effectiever zijn in het vermijden van hinder, het verzekeren van de veiligheid, zowel binnen als buiten de zaal of het fuifterrein.