Wie of wat kan als organisator optreden van een fuif?
De organisator kan een rechtspersoon (een vzw, BVBA, overheid,...)of een individu zijn. Omdat een feitelijke vereniging geen rechtspersoonlijkheid is, zal er toch altijd een individu als verantwoordelijke organisator beschouwd worden.
Sinds januari 2006 kan de gemeente grotendeels zelf beslissen volgens welke modaliteiten ze de vergunning sterke drank aflevert. Kan de gemeente zelf bepalen dat ze de moraliteitsvoorwaarden van occasionele drankgelegenheden wil controleren?
Bij gebrek aan een uitdrukkelijke wetsbepaling die gemeentelijke overheden verplicht op basis van een voorafgaande aanvraag de moraliteitsvoorwaarden na te gaan van de organisator van een occasionele drankgelegenheid, kan een gemeente autonoom beslissen in hoeverre deze voorwaarden moeten worden nagegaan voor occasionele drankgelegenheden. In de praktijk was het immers zo dat de organisator een aangifteformulier 240B moest indienen bij de ontvanger der accijnzen waarvan het moraliteitsattest (formulier 240i) deel van uitmaakte. Dit moraliteitsattest kon men verkrijgen bij de gemeente nadat de gemeente was nagegaan dat de organisator zich op dat ogenblik niet in van de gevallen als bedoeld in art. 11, W. 28 december 1983 bevond. Aangezien dit formulier 240i geldig was gedurende een periode van 5 jaar, rees de vraag wat het nut van dergelijk formulier was, wetende dat de organisator tijdens deze periode van 5 jaar ondertussen een veroordeling zou kunnen oplopen van de feiten die worden beoogd in voormeld artikel 11. (wet van 14 december 2005 houdende administratieve vereenvoudiging II die op 28 december 2005 gepubliceerd werd in het Belgisch Staatsblad en die vanaf 7 januari 2006 in werking trad.
Moet je 18 jaar zijn om een fuif te kunnen organiseren?
Voor het praktisch organiseren of meehelpen aan een fuif moet je uiteraard geen 18 jaar zijn. Maar om op te treden als (burgerrechtelijke) verantwoordelijke wel. Een minderjarige mag bijvoorbeeld nooit een contract ondertekenen omdat een min-18-jarige burgerrechtelijk niet handelingsbekwaam wordt geacht door de wetgever.
Is het aangeraden een vzw op te richten als organisator van een fuif of optreden?
Of je voor een vzw-structuur kiest of niet, moet je zelf afwegen. Wij zetten een aantal voor- en nadelen op een rijtje.De vzw-formule heeft een aantal voordelen. Aangezien de vzw een rechtspersoonlijkheid is, kan zij burgerlijk aansprakelijk gesteld worden voor de fouten die door haar aangesloten leden zijn begaan. De beheerder gaat geen persoonlijke verbintenissen aan en is dus ook niet persoonlijk verantwoordelijk voor de rechtshandelingen van een vzw. Dat neemt natuurlijk niet weg dat een beheerder die zijn opdracht te buiten is gegaan en die een persoonlijke fout heeft begaan toch aangesproken kan worden voor een schadevergoeding.Bij een feitelijke vereniging blijven de leden altijd persoonlijk aansprakelijk. Wanneer een feitelijke vereniging bijvoorbeeld een fuif organiseert en het loopt financieel slecht af, worden de organisator(en) persoonlijk verantwoordelijk geacht. Aangezien de vereniging geen rechtspersoonlijkheid bezit, moeten de medewerkers die contracten afgesloten hebben, hun verbintenissen nakomen. M.a.w. diegene die het contract ondertekende zal zelf opdraaien voor de schulden. Een vzw kan haar rechtspersoonlijkheid ook gebruiken bij het voeren van processen. Wanneer bijvoorbeeld iemand de organisator (de vzw) schade berokkend heeft tijdens de fuif, kan deze haar rechtspersoonlijkheid gebruiken om via de rechtbank schadeloosstelling te bekomen voor je vereniging. Een feitelijke vereniging kan dit niet. Individuen zijn als organisator uiteraard persoonlijk verantwoordelijk voor alle verbintenissen die ze aangaan en voor alle verantwoordelijkheden die het organiseren van een fuif, optreden, enz. met zich meebrengt (nachtlawaai, veiligheid,...). Anderzijds brengt een vzw-formule ook wel wat voorwaarden en administratieve verplichtingen met zich mee. Zoals al vermeld kun je ook als lid van een vzw verantwoordelijk worden gesteld als je persoonlijke fouten maakt of wetten overtreedt. De eerste vereiste voor het organiseren van een fuif blijft dus het zeer zorgvuldig te werk gaan en mogelijke problemen voorzien en voorkomen.
Waarop moet een organisator letten bij het organiseren van een fuif? Wie kan helpen als je denkt aan het organiseren van een fuif?
Een organisator van een fuif of optreden moet aan verschrikkelijk veel denken. Om niets te vergeten werk je best met een checklist. Voor een dergelijke model-checklist of voor hulp in het algemeen kan je in heel wat gemeenten terecht bij de gemeentelijke jeugddienst, en ook Fuifpunt biedt je de mogelijkheid om een fuifchecklist te downloaden. Als er een Jongereninformatiepunt (Jip) in de gemeente is, zal je daar ook zeker informatie over fuiven vinden. In gemeenten waar geen checklist of draaiboek of iets dergelijks bestaat kan de jeugdraad hier initiatief in nemen. Vaak beschikken de plaatselijke jeugdwerkinitiatieven over heel wat ervaring in het organiseren van een fuif. Zij hebben meestal ook specifieke kennis over de vereisten in de za(a)l(en) in de gemeente. Verder is in de brochure "Fuifnummers" (van de Vlaamse Federatie voor Jeugdhuizen in samenwerking met de provincie Limburg) een uitgebreid overzicht opgenomen met aandachtspunten voor de organisator.Ook Jongerengemeenschappen heeft een brochure met checklist, namelijk Fuiven moet kunnen.
Gelden voor privéfuiven dezelfde regels als voor openbare fuiven?
Privé-feestjes en dus ook privéfuifjes vallen in principe niet onder dezelfde regels als fuiven, maar uiteraard wel onder de algemene regels van openbare orde, nachtlawaai, burenhinder, enz. waartegen de politie altijd kan optreden.Een privéfuif moet dus niet gemeld worden en hoeft geen vergunningen, maar kan ook steeds stilgelegd worden door de politie omwille van de hierboven opgesomde redenen. Opgelet! Ook als je een privéfuif geeft moet je sabam en billijke vergoeding betalen. Ook al bestaat geen wettelijke meldingsplicht (en kan ze door de gemeente niet ingesteld worden) voor privéfeestjes, het is uiteraard aangewezen om de buren (en eventueel zelfs de politie) op de hoogte te brengen van je initiatief. Zo laat je zien dat je rekening wil houden met de nachtrust van de omwonenden en dat je klachten zoveel mogelijk wil voorkomen. Iemand die op voorhand verwittigd is, zal niet zo vlug een klacht indienen en zal eerder zoeken naar een aanvaardbaar compromis als bijvoorbeeld de muziek te luid staat.
Hoe kan je controleren of een bepaalde zaal een milieuvergunning heeft?
Of een zaal al of niet beschikt over een milieuvergunning kan nagekeken worden op het gemeentehuis. Op basis van de regels van openbaarheid van bestuur heeft iedereen recht op inzage in de afgeleverde milieuvergunningen en meldingen en eventuele kopie hiervan. In sommige gemeenten heeft men ook een eenloketsysteem voor feesten en fuiven waar je deze informatie kan vinden. Indien een zaal niet over een milieuvergunning betekent dit dat ofwel de zaal niet vergunningsplichtig is ofwel geen vergunning heeft aangevraagd en in feite in overtreding is
Als affiches
Indien affiches wild geplakt zijn zal men indien mogelijk (bijvoorbeeld bij betrappen op heterdaad) eerst de plakker aanspreken. Indien de plakker niet gekend is, dan zal de verantwoordelijke uitgever aangesproken worden, in tweede instantie de organiserende vereniging en in laatste instantie de drukker. De verantwoordelijke uitgever moet een meerderjarige inwoner van België zijn. Hij/zij moet met volledige naam en adres op de affiche vermeld worden. De Besluitwet van 1945 die het aanplakken van affiches strafbaar stelt is opgeheven sinds 1 april 2005. Gemeenten kunnen het aanplakken van affiches bestraffen met een administratieve geldboete, voorwaarde is dat de inbreuk is opgenomen in het politiereglement. Gemeentes voorzien vaak specifieke plaatsen waar er wel affiches mogen gehangen worden. Voor je je plaktoer begint, informeer je je best over de mogelijkheden en de voorwaarden die er in jouw gemeente aan aanplakken verbonden zijn. TIP : Het is aangeraden de gemeentelijke regels hierover ook op te nemen in een draaiboek of checklist als deze bestaan. TIP : In sommige gemeenten kan je je affiches laten plakken door de stadsdiensten, tegen een vergoeding, en in sommige gevallen zelfs gratis. TIP : Zorg na de fuif voor opruiming, zeker van de publiciteitsborden.
Mag de organisator zelf wegaanduidingen of wegwijzers plaatsen naar de fuif?
Je hebt daarvoor de toestemming van het College van Burgemeester en Schepenen nodig. Voor gewestwegen moet je een schriftelijke aanvraag indienen bij de Provinciale afdeling Wegen van het Ministerie van het Vlaamse Gewest. Je krijgt dan, in principe, een toelating met daarbij de voorwaarden (grootte van de wegwijzers, plaatsen waar je ze mag hangen, richtlijnen over de zichtbaarheid voor de weggebruikers). Op de jeugddienst of de algemene gemeentelijke diensten zal men je zeker kunnen vertellen welke wegen gemeentelijk, provinciaal of gewestelijk zijn, en welke diensten je moet aanschrijven om toelating te vragen.
Waar mag je affiches plakken om een fuif, optreden e.d. bekend te maken?
Er zijn maar weinig legale plakplaatsen (meestal plakzuilen of plakborden). Je mag dan ook enkel aanplakken op plaatsen die door de gemeente bestemd zijn voor het aanplakken en op private plaatsen als je de schriftelijke toestemming hebt van de eigenaar of gebruiksgerechtigde. Uiteraard is het plakken op elektriciteitscabines, privé-eigendommen, bushokjes en dergelijke uit den boze en strafbaar. De besluitwet van 29 december 1945 stelde aanplakkingen strafbaar. De besluitwet werd op 1 april 2005 afgeschaft. Het gevolg is dat deze 'gedragingen' niet meer strafbaar zijn, tenzij ze werden opgenomen in het gemeentelijk politiereglement. De gemeente kan wildplakken dan bijvoorbeeld bestraffen met een administratieve geldboete. Voor meer info zie » Beleid » Regelgeving » gemeentelijke bevoegdheden » gemeentelijke administratieve sancties) TIP : Vermijd bij het aanplakken dat je affiches van andere verenigingen waarvan het aangekondigde evenement nog niet voorbij is, overplakt. Zo loop je minder kans dat andere verenigingen ook jouw affiches overplakken. Bedenk ook dat je grote affiches moeilijker kwijt kan in winkels en dat ze vlugger overplakt worden wegens plaatsgebrek op de plakzuilen.
Moet je nog aanplakkingstaks betalen voor affiches?
Sinds 1 januari 2007 zijn alle affiches die kleiner zijn dan vierkante meter vrijgesteld van aanplakkingtaks. Naast de A3-affiches, zijn dus ook A2-affiches (formaat 42x59,4cm), A1-affiches (formaat 59,4x84,1cm) en de A0-affiches (formaat 84,1x118,9cm) vrijgesteld van de aanplakkingstaks.
Voor de affiches groter dan 1m² blijft de aanplakkingtaks verschuldigd. Organisaties met een liefdadig karakter, moeten geen zegel aanbrengen op affiches. Je moet dan wel vermelden: Vrij van zegel, art. 198, 7e Wetboek der taksen. Als je affiche ook publiciteit bevat van een sponsor is deze ook vrij van zegelrecht zolang het hoofdobject van je affiche het aankondigen van de activiteit is. Het al dan niet liefdadige karakter van een organisatie wordt echter heel eng geïnterpreteerd. Enkel als je de winst besteedt aan een liefdadig doel en iedereen belangeloos meewerkt, is er een vrijstelling. In de praktijk worden echter enkel grote organisatoren aangepakt bij overtreding. De boetes kunnen in geval van zware overtredingen en fraude oplopen van 5 tot 20 maal de ontdoken belasting. Meestal echter wordt 50% of zelfs minder extra aangerekend.
Mogen overal strooibriefjes uitgedeeld worden om reclame te maken?
Ja, maar je bent verplicht om de verantwoordelijke uitgever en adres te vermelden. Om problemen te vermijden is het zeker interessant om volgende zin te vermelden op je strooibriefje "Bij politiebevel niet op de openbare weg gooien". Als je er aan denkt om op privé-plaatsen of in privé-eigendommen iets uit te delen, denk er dan aan dat je steeds de toelating vraagt aan de eigenaar (bijv. in een café, school, een ander evenement,...).
Hoe kan een fuifverzekering afgesloten worden?
De gewone verzekering Burgerlijke Aansprakelijkheid -privé-leven dekt een aantal dingen niet die je in verenigingsverband doet. Je doet er goed aan een verzekeringspolis ‘burgerlijke aansprakelijkheid af te sluiten voor de schade die door een fout, een onvoorzichtigheid of een nalatigheid van één of meerdere van deze vrijwilligers werd toegebracht aan derden. In de meeste gevallen wordt deze schade immers niet gedekt door de klassieke ‘familiale’ polis van de betrokkene, als die er al is. Zonder bijkomende verzekering Burgerlijke Aansprakelijkheid kan de organisator opdraaien voor schade die voortvloeit uit de organisatie. Bij een feitelijke vereniging zal dit altijd op de verantwoordelijke persoon worden verhaald. Heeft de organisatie een vzw-structuur, dan zal de schade normaal op de vereniging worden verhaald. Wat de bijkomende verzekering betreft heb je twee mogelijkheden:Je sluit een dagverzekering af, bovenop de bestaande verenigingspolis, dit is het meest raadzame als je slechts af en toe iets organiseert. matig evenementen op poten zet, sluit je best een BA exploitatie of uitbating af op jaarbasis. Een verzekering BA is echter geen ontlasting van mogelijke schuld. Je moet er dus steeds voor zorgen dat de organisatie goed is opgezet en dat het risico dat er iets fout loopt, zo klein mogelijk wordt gehouden. De schade mag dus niet te wijten zijn aan eigen schuld, een actieve daad of nalatigheid. Meestal zijn enkel de organisator en zijn ‘afgevaardigden’ (de personen betrokken bij de organisatie) die schade berokkenen, gedekt door dergelijke verzekering. De verzekering Burgerlijke Aansprakelijkheid dekt twee soorten schade. Lichamelijke van medische kosten tot een invaliditeitsuitkering. Let op! Alles wahuurde zaal, materialen,… wordt dus niet gedekt door de verzekering Burgerlijke Aansprakelijkheid.TIP: Veel gemeentelijke zalen burgerlijke als contractuele aansprakelijkheid dekt. Vraag dit na als je een zaal huurt.
Wie is er verantwoordelijk voor hetgeen in de zaal, op het fuifterrein gebeurt ?
Het is de organisator die verantwoordelijk is voor al hetgeen er gebeurt op het fuifterrein of binnen in de zaal. Als zich binnen de zaal of op het fuifterrein problemen voordoen die vermeden hadden kunnen worden (of die te wijten zijn aan een gebrekkige organisatie) dan kan de organisator hiervoor verantwoordelijk gesteld worden. Op grond van artikelen 1382 (foutief handelen) en 1383 (schuldig verzuim) van het Burgerlijk Wetboek, kan immers degene die schade of hinder ondervindt naar aanleiding van een fuif, bal e.d., niet alleen de eigenlijk veroorzaker van de schade voor de burgerlijke rechter dagvaarden, maar ook de organisator van het evenement. Deze moet het evenement "als een goede huisvader" immers zo organiseren dat het geen aanleiding geeft tot schade aan derden. Wanneer zich een geval van overmacht voordoet, of wanneer hij/zij de veiligheid niet meer kan garanderen, kan de organisator uiteraard steeds beroep doen op de politie om tussen te komen. Let wel, de zaal of het fuifterrein (waarvoor de organisator verantwoordelijk is), omvat alle ruimte die ingenomen wordt door de organisatoren van de fuif, het optreden, het bal, ... en niet alleen de dansruimte. Het omvat dus ook de backstage, vestiaire, eventueel de plaats waar eetkraampjes staan, enz. Ook wanneer de organisator een speciaal parkeerterrein aanlegt, is hij/zij verantwoordelijk voor hetgeen daar gebeurt. TIP : De organisator van een fuif, optreden, ... draagt grote verantwoordelijkheden. Hij zij kan immers aansprakelijk gesteld worden als er iets mis gaat. Daarom kan in zalen waar er regelmatig problemen zijn, gewerkt worden met een draaiboek of een gedragscode voor de organisator of afsprakennota met het gemeentebestuur. Het volgen van een dergelijke gedragscode kan een aantal positieve gevolgen hebben. Als het een goede gedragscode is, zal sowieso het aantal ernstige problemen verminderen. Daarnaast kan het in een rechtszaak zoniet het bewijs dan toch een aanduiding zijn dat de organisator "als een goede huisvader" alles heeft gedaan wat binnen zijn/haar mogelijkheden lag om de schade te voorkomen. Dat er dus met andere woorden geen sprake is van schuldig verzuim.
Wie is verantwoordelijk voor het goede verloop van de fuif, het optreden, ... ?
De organisator is verantwoordelijk voor het goede verloop van het evenement dat hij/zij organiseert. Dit betekent dat hij/zij alle voorzorgsmaatregelen moet nemen om de veiligheid en het ordelijk verloop van het evenement (fuif, optreden, bal, ...) te garanderen en de hinder en last tot een minimum te beperken. Grosso modo kan daarbij een onderscheid gemaakt worden tussen hetgeen binnen in de zaal, de tent of het fuifterrein (in geval van een openlucht fuif) gebeurt en hetgeen er buiten gebeurt.
Wie is er verantwoordelijk voor de veiligheid buiten de zaal of het fuifterrein?
Wat er buiten de zaal of buiten het fuifterrein gebeurt, valt onder de regels van openbare orde, rust en veiligheid en het is de politie die hier op toeziet. Zij zijn verantwoordelijk voor de naleving ervan en niet de organisator. Dit neemt niet weg dat de gemeenteraad reglementen kan uitvaardigen om te verhinderen dat de openbare orde, rust en veiligheid worden geschonden bij optredens, fuiven, evenementen, enz. Deze reglementen kunnen dan ook bepaalde verplichtingen met zich meebrengen voor organisatoren. Ze verschillen echter van gemeente tot gemeente en zijn daarom niet onder een algemene regel te vatten. Hier geldt wel de waarschuwing dat deze reglementen zodanig streng kunnen zijn dat het nauwgezet opvolgen ervan het organiseren van fuiven bijna onmogelijk maakt.
Wij willen op onze fuif graag een cocktailbar, mag dit zomaar?
Vroeger had je voor het schenken van alcoholische dranken met meer dan 1,2%vol gedistilleerde alcohol een vergunning sterke drank nodig. Met een formulier 240i (bewijs van goed gedrag en zeden + attest) kon je terecht bij Douane en Accijnzen in je regio voor de aanvraag van een formulier 240b voor sterkedrank.
Sinds januari 2006 ligt de verantwoordelijkheid voor de vergunning sterke drank bij de gemeente. Het is de gemeente die beslist of en onder welke vorm ze een vergunning voor het schenken van sterke drank aflevert. Er is geen vergunning nodig voor bieren, wijnen, mousserende en andere al dan niet gegiste dranken en tussenproducten. Porto, sherry en martini mag je schenken zonder vergunning; voor het schenken van alcoholpops, pisang, campari, whisky-cola, gin-tonic, jenevers, kan een vergunning vereist zijn. Je gaat best eens langs bij de jeugddienst in je gemeente om je te informeren over hoe dit voortaan in je gemeente geregeld wordt.
Als je tijdens een fuif een cocktailbar wil inrichten, is een strikte scheiding met de rest van het fuifgebeuren sterk aan te raden. Op de fuif zullen immers ook minderjarigen aanwezig zijn, wettelijk mag je hen geen sterkedrank schenken, anders ben je strafbaar. Als je een cocktailbar inricht in een aparte ruimte kan je verplichten de dranken te verbruiken in deze ruimte zodat er een betere controle mogelijk is. Als je dan ook nog duidelijk afficheert dat sterkedrank verboden is voor de min 18-jarigen en als er ook niet-alcoholische cocktails worden voorzien, kan je veel problemen vermijden.
Mag een fuif gratis toegankelijk zijn? Wie bepaalt de inkomprijs?
Een fuif of optreden mag best gratis zijn. De organisator beslist zelf hoeveel de toegangsprijs bedraagt. Het klopt echter niet dat je niets aan SABAM moet betalen als er gratis inkom is.
Mag vanaf een bepaald uur de toegangsprijs veranderd worden (verlagen, verhogen, afschaffen)?
Dit mag zeker. Het is de beslissingsbevoegdheid van de organisator om de prijs te bepalen.
Mag er geld gevraagd worden voor gebruik van de toiletten of de vestiaire?
Je mag geld vragen voor het gebruik van de toiletten of de vestiaire. Houdt er wel rekening mee dat de gebruikers dan betalen voor een dienst. Dat beïnvloedt de verantwoordelijkheid van de organisator. Een onbewaakte, gratis vestiaire is op eigen verantwoordelijkheid. Een vestiaire waarvoor betaald wordt, valt onder de verantwoordelijkheid van de organisator.
Moet de organisator zelf voor parkeergelegenheid in de buurt van fuif of optreden zorgen?
Bij een gewone, middelgrote fuif zal er zelden of nooit voor parkeergelegenheid moeten gezorgd worden. In een politieverordening kan wel worden bepaald dat bij megafuiven door de organisator parkeergelegenheid moet worden voorzien.
Zijn affiches met de vermelding "de organisatie is niet verantwoordelijke voor diefstal en/of ongevallen" nuttig?
Zo'n affiches, zeker als het gaat over diefstal, hebben geen enkel nut als je met een betalende vestiaire werkt. Dan ben je sowieso verantwoordelijk. Zo'n affiches hebben wel nut als je ze schrijft in de trant van "de vestiaire is gratis, er is geen bewaking voorzien, je jas ophangen is dan ook op eigen verantwoordelijkheid."
Mogen minderjarigen helpen op een fuif?
Voor het praktisch organiseren of meehelpen aan een fuif moet je uiteraard geen 18 jaar zijn. Min 16-jarigen mogen geen alcohol drinken, en sterkedrank is voor alle minderjarigen uit den boze. Maar in principe mogen minderjarigen alle dranken schenken, je zorgt er natuurlijk best voor dat dit gebeurt onder toezicht van een meerderjarige. Om op te treden als (burgerrechterlijke) verantwoordelijke moet je wel meerderjarig zijn. Een minderjarige mag bijvoorbeeld nooit een contract ondertekenen omdat een min-18-jarige burgerrechtelijk niet handelingsbekwaam wordt geacht door de wetgever. Het is raadzaam om minderjarigen die meehelpen aan een fuif te laten bijstaan door een meerderjarige die de verantwoordelijkheid op zich neemt.
Hoe verhoog je de veiligheid van fuiven in je gemeente?
Je hebt als gemeente een aantal terreinen waar je op kan werken, we pikken er hier een paar uit. Ook voor het bevorderen van een veilig fuifklimaat gelden ondersteuning en faciliteren als sleutelwoorden.
Zet regelmatig overleg op tussen fuiforganisatoren, zaaluitbaters, de gemeente, politie, jeugddienst, milieudienst,… om samen actief na te denken over veilig fuiven.
Geef het goede voorbeeld met de gemeentelijke infrastructuur, zorg ervoor dat deze in orde is met alle (brand)veiligheidsvoorschriften.
De gemeente kan ook het initiatief nemen om preventieve acties rond brandveiligheid op te zetten in samenwerking met de brandweer.
Je kan hier veel meer over lezen bij
Hoe zorg je voor een buurtvriendelijke fuifzaal?
Een buurtvriendelijke fuifzaal zorgt voor een minimum aan overlast.
De belangrijkste vraag is deze van de inplanting, zeker bij nieuwbouw. Een zaal ver van de bewoonde wereld is wel interessant voor de beperking van de geluidsoverlast maar is niet altijd de beste oplossing. De sociale controle is er immers veel kleiner, waardoor de kans op vandalisme toeneemt. Je moet je natuurlijk ook de vraag stellen of je wel alle sociaal-cultureel leven wil bannen uit de dorpskern!De plaats van de fietsstalling kan bepalend zijn voor overlast die buiten wordt veroorzaakt. De aanwezigheid van een chill-outroom kan vermijden dat jongeren buiten moeten gaan staan als ze wat meer rust en minder lawaai willen. De plaats van een vaste toog of discobar kan erg belangrijk zijn. Heb je een volledig overzicht over de zaal of zijn er verborgen hoeken en kanten? Als de fuifzaal deel gaat uitmaken van een ruimere infrastructuur, dan wordt er best ook goed nagedacht over de toegang die fuifgangers hebben tot andere delen van het gebouw.
Gelden politiereglementen voor privéfuiven?
De meeste wettelijke bepalingen zijn niet van toepassing op privéfuiven. Politiereglementen, sluitingsuren, de wet op de bewakingsondernemingen, de verplichte tapvergunningen gelden niet voor privéfuiven.
Wel dient de organisator van een privéfuif SABAM en de billijke vergoeding te betalen. Het privékarakter van een fuif sluit deze auteursrechten niet uit! Ook artikel 561 van het strafwetboek (verstoring van de nachtrust) geldt voor privéfuiven, net als artikel 3 van het KB van 24 februari 1977 over geluidsnormen als de fuif plaatsvindt in een niet-ingedeelde inrichting. (Zie ook het deel geluidshinder)
Wie is verantwoordelijk voor het naleven van de geluidsnormen, de huurder/organisator of de zaaluitbater?
Voor het niveau van de muziek afkomstig van de fuif zijn ook normen bepaald voor de omgeving, zowel in het VLAREM (dus geldend voor zalen die een milieuvergunning moeten hebben) als in het KB van ‘77 (alle andere zalen en openlucht en tenten). In een ingedeelde inrichting blijft de zaaluitbater in principe verantwoordelijk voor het naleven van de in de milieuvergunning vastgelegde geluidsnormen. Maar hij/zij kan proberen de schade te verhalen op de organisator als die de geluidsnormen niet respecteert.
Bij een niet-ingedeelde inrichting kunnen verschillende mensen gestraft worden als de geluidsnormen niet gerespecteerd worden:
De personen die inrichtingen of toestellen ‘onder zich heeft’. Als het gaat om een vereniging dan wordt hiermee bedoeld de verantwoordelijke die op dat moment aanwezig was en eventueel de verantwoordelijke persoon die niet aanwezig was, maar die niet voldoende voorzorgen heeft genomen.
De persoon die de toestellen heeft bediend, bij voorbeeld de deejay of de geluidstechnicus achter de P.A.
De persoon die zich verzet heeft tegen de controle.
Alle andere vormen van geluidshinder vallen onder "nachtlawaai". Voor 1 april 2005 stelde artikel 561 van het strafwetboek nachtlawaai strafbaar. Dit artikel omschrijft nachtgerucht (ook wel: nachtlawaai) als volgt: lawaai dat ‘s nachts gemaakt wordt en waardoor de rust van de omwonenden wordt verstoord. Door de wetswijziging van 17 juni 2004 werd artikel 561 geschrapt uit de strafwet in het kader van de gemeentelijke administratieve sancties. Sinds 1 april kan de gemeente nachtlawaai administratief sanctioneren op voorwaarde dat ze nachtlawaai strafbaar stelt in het politiereglement.Dit neemt niet weg dat het in ieders belang is in de mate van het mogelijke maatregelen te nemen om dit nachtgerucht te beperken. Dergelijke voorzorgsmaatregelen kunnen bijvoorbeeld inhouden dat afspraken gemaakt worden met de lokale politie voor het uitvoeren van preventieve patrouilles. Er kunnen bijvoorbeeld stewards ingezet worden bij grote manifestaties die op parkings alles in goede banen leiden. Let wel, deze stewards kunnen nooit de bevoegdheden van politie uitoefenen en het gemeentebestuur kan de organisator hiertoe ook niet verplichten. Organisatoren kunnen ook niet verantwoordelijk gesteld worden voor wat buiten de fuifruimte of zaal gebeurt. Wel voor wat binnen de fuifruimte gebeurt. Maar ook locatie en omgeving van de zaal kunnen bijdragen tot het beperken van de overlast.
Waar moet je als zaaluitbater in het bijzonder over waken?
In een zaal die over een milieuvergunning beschikt, is de zaaluitbater verantwoordelijk voor het respecteren van de geluidsnormen.
Als zaaluitbater ben je verplicht een verzekering objectieve aansprakelijkheid voor brand en ontploffing af te sluiten. Door de wet van 30 juli 1979 betreffende de preventie van brand en ontploffing (BS 20 september 1979) en betreffende de verplichte burgerrechtelijke aansprakelijkheid in dergelijke gevallen (KB 28 februari 1991, BS 13 april 1991) moet het merendeel van de voor publiek toegankelijke inrichtingen verplicht verzekerd zijn tegen lichamelijke en stoffelijke schade ten gevolge van brand en ontploffing. O.a. dancings, discotheken en alle openbare gelegenheden waar er wordt gedanst, vallen hieronder.
De wet bepaalt dat alle gesloten plaatsen waar er voedingsmiddelen en/of dranken worden aangeboden over een degelijke rookafzuiginstallatie moeten beschikken. De eetwareninspectie kan optreden tegen de uitbater van de zaal en boetes opleggen. Dit alles wordt geregeld door het KB van 15 mei 1990 (artikel 2, §1,1° en artikel 3, §1 en §2) en het Ministerieel besluit van 9 januari 1991.
De zaal moet gekeurd zijn door de brandweer. In het attest moet staan hoeveel personen er binnen mogen. Je mag dus niet zomaar een zaal ter beschikking stellen die niet brandveilig is.
Is de verzekering objectieve aansprakelijkheid brand en ontploffing een verantwoordelijkheid van de zaaluitbater of van de fuiforganisator?
Als zaaluitbater ben je verplicht een verzekering objectieve aansprakelijkheid voor brand en ontploffing af te sluiten. Door de wet van 30 juli 1979 betreffende de preventie van brand en ontploffing (BS 20 september 1979) en betreffende de verplichte burgerrechtelijke aansprakelijkheid in dergelijke gevallen (KB 28 februari 1991, BS 13 april 1991) moet het merendeel van de voor publiek toegankelijke inrichtingen verplicht verzekerd zijn tegen lichamelijke en stoffelijke schade ten gevolge van brand en ontploffing. O.a. dancings, discotheken en alle openbare gelegenheden waar er wordt gedanst, vallen hieronder. De meeste zalen zullen dus beschikken over dergelijke verzekering.
Hoe zit het met bezoldigingen van mensen die helpen bij het uitbaten van de tap op een fuif?
Het gebeurt al eens dat de huurder van een zaal beroep doet op een medewerker van de uitbater bij het uitbaten van de tap. Als de persoon die er helpt geen statuut van ‘zelfstandige’ heeft dan kan er bij een vergoeding die je uitbetaalt sprake zijn van ‘zwartwerk’. Zowel de organisator als huurder als de verhuurder stellen zich dan erg kwetsbaar op. Voor elke vergoeding (ook vergoedingen in natura) die men aan iemand betaalt (waarvoor er geen bewijs van onkosten bestaat) moet er in principe belastingen worden betaald.
Er bestaat echter een aparte regeling voor vrijwilligers. Als je deze regeling volgt dan zijn de vergoedingen niet belastbaar. De betrokkenen vallen dan niet onder het stelsel van de RSZ. In 2004 mag een vrijwilliger max. 26,83 euro per dag krijgen, dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd. Hij/zij mag dan wel voor die dag geen andere vergoeding ontvangen (dus ook geen kilometervergoeding). Het totaal bedrag dat een vrijwilliger op jaarbasis mag ontvangen is geplafonneerd tot 1073.28 euro per jaar (dit wordt jaarlijks geïndexeerd).
Wie of wat kan als organisator optreden van een fuif?
De organisator kan een rechtspersoon (een vzw, BVBA, overheid,...)of een individu zijn. Omdat een feitelijke vereniging geen rechtspersoonlijkheid is, zal er toch altijd een individu als verantwoordelijke organisator beschouwd worden.
Als een zaaluitbater een vergunning sterke drank op zak heeft, moet de organisator die een zaal huurt bij de uitbater dan toch nog zelf een vergunning aanvragen?
De uitbater van een vaste drankgelegenheid zal als hij sterke drank wil schenken een vergunning nodig hebben van de gemeentelijke overheid. De organisator van een occasionele drankgelegenheid, zal vanaf 7 januari 2006 geen voorafgaande aanvraag moeten indienen bij de bevoegde gemeente om een vergunning te verkrijgen.
Volledigheidshalve wordt hier aan toegevoegd dat er in voorkomend geval wel nog een aanmelding moet gebeuren bij het organiseren van een occasionele drankgelegenheid in die gemeenten waar het reglement een aanmelding voorziet. Als het betreffende gemeentereglement geen verplichte aanmelding voorziet, dan hoeft de organisator geen extra vergunning aan te vragen, wanneer de fuif plaatsvindt in een gebouw/constructie (vaste of reizende drankgelegenheid).