Als het om een éénmalige gebeurtenis gaat, dan is het ook jammer dat iedereen het fuiven wordt ontzegd om één voorval. Een gemeente kan bovendien eventuele ongeregeldheden die zich voordoen bij één ‘herberg ‘ niet gebruiken als alibi om alle nachtelijke activiteiten te verbieden (RvS 8 oktober 1992).
De Raad van State is sterk gekant tegen algemene politieverordeningen, en geeft de voorkeur aan tijdelijk geldende maatregelen. Een gemeente moet dus steeds kunnen aantonen dat de overlast uitsluitend met die genomen maatregel kan worden bestreden. De Raad van State vreest dat er niet-bedoelde slachtoffers zullen zijn van een algemene reglementering en wijst erop dat je hierdoor ook teveel bevoegdheden afneemt van de gemeenteraad. Het is belangrijk dat de gemeenteraad geval per geval kan blijven beoordelen wat er moet ondernomen worden. Bovendien oordeelde de Raad van State al meermaals dat er een redelijk verband moet zijn tussen de genomen maatregelen en het onheil dat de burgemeester wil tegengaan. Maatregelen moeten dus steeds proportioneel zijn.
Als blijkt dat rel schoppen een constante begint te worden en het niet om een eenmalig, alleenstaand geval gaat, dan moet je het probleem ten gronde aanpakken. Intensief overleg en duidelijke afspraken tussen politie, fuiforganisatoren en de jeugddienst zijn hier de sleutelwoorden. Samen kunnen ze het nodige ondernemen om daadkrachtig op te treden tegen de herrieschopper(s), om zo het fuifplezier van alle anderen te vrijwaren.
a