Alles over fuiven voor organisatoren, beleidsmakers en uitbaters.


» Organisator » Regelgeving » wanneer ben ik strafbaar? » geluidshinder

GELUIDSHINDER


Verstoring van de nachtrust

Als organisator ben je natuurlijk niet rechtstreeks verantwoordelijk voor het geroep en gezang van fuifbezoekers die zich buiten de fuifzaal bevinden. Toch moet je de nodige maatregelen nemen om te voorkomen dat de fuif de nachtrust van de buren verstoort. Anders is er sprake van een gebrek aan voorzorg.
Omwonenden van zalen kunnen altijd een beroep doen op de politie op grond van art. 561 van het strafwetboek. Dit artikel dreigt met straffen tegen hen “die zich schuldig maken aan nachtgerucht of nachtrumoer waardoor de rust van de inwoners kan worden gestoord”. Dit artikel laat een zeer subjectieve beoordeling toe. Wat moet je verstaan onder "nachtgerucht" of "nachtrumoer"? Of zelfs onder "nacht", de uren zijn immers niet precies bepaald. De politie hoeft ook niet op een klacht te wachten, ze kan ook op eigen initiatief optreden.

OPGELET
Sinds de invoering van de gemeentelijke administratieve sanctie (GAS) op 1 april 2005, kunnen ook gemeenten de verstoring van de nachtrust beboeten via hun politiereglement. Waar het Art. 561.1 (titel X van het Strafwetboek) oorspronkelijk is komen te vervallen, heeft men door de Wet van 20 juli 2005 (BS 29 juli 2005 – pag. 33810 – 33 812) het opgeheven artikel opnieuw ingevoerd in het Strafwetboek.

De gemeente is wel verplicht het origineel van de vaststelling uiterlijk binnen de maand na de vaststelling toe te sturen aan de procureur des Konings. Bij gebreke hieraan kan er geen enkele administratieve sanctie worden opgelegd. 

De gemeente kan enkel een administratieve boete opleggen als het Parket niet vervolgt. Het Parket moet de ambtenaar belast met de oplegging van de administratieve sanctie binnen de termijn van twee maanden te rekenen vanaf de dag van de ontvangst van het originele proces-verbaal op de hoogte brengen als er niet strafrechterlijk vervolgd wordt. Beslist het Parket niet te vervolgen, of stuurt het de ambtenaar belast met de oplegging van de administratieve sanctie geen reactie binnen twee maanden na de ontvangst van het originele proces-verbaal, dan kan de gemeente een administratieve boete opleggen.

Wat kan je als organisator concreet doen?
 
Je kan aan de uitgang een affiche hangen die bezoekers erop attent maakt dat zij, die zich schuldig maken aan de verstoring van de nachtrust, kunnen geverbaliseerd worden.

Echte dwangmaatregelen neemt men zelden, meestal wordt alleen een proces-verbaal opgemaakt. Komt de zaak toch voor de politierechtbank dan kan deze slechts politiestraffen uitspreken. De geldboete bedragen € 0,25 tot € 0,50 (X 200). In geval van ‘verstoring van de openbare orde’ (een zeer breed begrip) kan de fuif wel worden stilgelegd. Dit gebeurt meestal na enkele waarschuwingen. Dit zal zelden gebeuren omdat een fuif stil leggen voor nog meer ordeverstoring kan zorgen.

Over lawaai buiten de fuifzaal mag je als organisator dan al weinig controle hebben, je kan er als organisator wel op letten dat je in de fuifzaal de geluidsnormen respecteert. De geluidsnormen voor de gespeelde muziek hangen af van de locatie waar je je fuif organiseert. Er wordt hierbij een onderscheid gemaakt tussen ingedeelde en niet-ingedeelde inrichtingen.
 

Geluidsnormen voor muziek in niet-ingedeelde inrichtingen

Een niet-ingedeelde inrichting is een inrichting die niet onder de VLAREM-wetgeving valt en die dus niet over een milieuvergunning moet beschikken. Vallen hieronder: openluchtfuiven, de meeste fuiven in tenten, fuiven in zalen waar er slechts occasioneel wordt gedanst (bals,bruiloften, fuiven). Concreet: maximum 12 dansfeesten per jaar met een maximum van twee per maand.

De geluidsnormen voor niet-ingedeelde inrichtingen worden geregeld door de kaderwet van 18 juli 1973 betreffende geluidshinder en vooral de uitvoeringsbesluiten, het KB van 24 februari 1977 “houdende vaststelling van geluidsnormen voor muziek in openbare en private inrichtingen”.

De geluidsnormen zijn objectieve normen (aantal decibels), en ze hebben enkel betrekking op de muziek, die bovendien elektronisch versterkt’ moet zijn. Het moet dus niet om nachtlawaai gaan. De straffen voor wie deze geluidsnormen niet respecteert, zijn zeer zwaar. Veel zwaarder dan de straffen voor het verstoren van de nachtrust. Je komt niet voor een politierechtbank maar voor de correctionele rechtbank. De rechtbank kan straffen opleggen van 8 dagen tot 6 maand en/of boetes van € 0,64 tot € 123,95 (X200). Als je bovendien binnen de 2 jaar na veroordeling een nieuwe gelijkaardige inbreuk pleegt, kunnen de straffen worden verdubbeld.

De geluidsnormen

In de inrichting (art.2): “in openbare instellingen mag het maximum geluidsniveau voortgebracht door de muziek, 90 decibel niet overschrijden. Dit geluidsniveau wordt gemeten op gelijk welke plaats in de inrichting waar zich in normale omstandigheden personen kunnen bevinden”;

Ten gunste van de buurt (art.3): “De openbare en private inrichtingen waar muziek wordt geproduceerd, moeten zo ingericht zijn dat het geluidsniveau gemeten in de buurt:

1° niet hoger is dan 5 decibel boven het achtergrondgeluidsniveau, indien dit lager is dan 30 dB(A);

2° niet hoger is dan 35 dB(A) indien het achtergrondgeluidsniveau ligt tussen de 30 en 35 dB(A);

3° niet hoger is dan het achtergrondgeluidsniveau indien dit hoger is dan 35 dB(A).

Dit geluidsniveau wordt gemeten in het lokaal of gebouw, met gesloten deuren en vensters”.


Wie kan overtredingen vaststellen?

Alleen bevoegde personen kunnen vaststellingen doen. Dat zijn o.a. de officieren van de politie en bepaalde milieuambtenaren die hiervoor een specifieke bevoegdheid gekregen hebben. Het onderzoek moet gebeuren met erkende toestellen (sonometers).
Als achteraf zou blijken dat onbevoegde ambtenaren zijn opgetreden,dan is het misdrijf niet op geldige wijze vastgesteld. Vraag en noteer dus desnoods identiteit en legitimatiebewijs van de vaststeller. Normaal zullen de officieren van de politie niet overgaan tot inbeslagname of verzegeling van de voorwerpen “die tot het misdrijf hebben gediend”. In de praktijk zal men na een tweetal aanmaningen, in sommige gevallen, toch overgaan tot inbeslagname.


Wie kan er worden gestraft?

  • De personen die inrichtingen of toestellen ‘onder zich heeft’. Als het gaat om een vereniging dan wordt hiermee bedoeld de verantwoordelijke die op dat moment aanwezig was en eventueel de verantwoordelijke persoon die niet aanwezig was, maar die niet voldoende voorzorgen heeft genomen.
  • De persoon die de toestellen heeft bediend, bij voorbeeld de deejay of de geluidstechnicus achter de P.A.
  • De persoon die zich verzet heeft tegen de controle.
Afwijking van de geluidsnormen

Sinds 1 mei 1999 kan er voor niet-ingedeelde muziekactiviteiten een afwijking worden toegestaan van de gangbare geluidsnormen wanneer er (elektronisch) versterkte muziek wordt geproduceerd ter gelegenheid van kermissen, carnavals, muziekfestivals, fuiven en andere bijzondere feesten of festiviteiten. De uitzondering op de bepalingen van het KB van 24 februari 1977 kan op voorwaarde dat:

1° de muziekactiviteit vooraf is gemeld aan het College van Burgemeester en Schepenen van de gemeente waarin de muziekactiviteit doorgaat;

2° het college, bedoeld in 1° akte heeft genomen van de melding.

Het college kan, vooral wanneer de muziekactiviteit is gelokaliseerd in de nabijheid van stiltebehoevende instellingen of zones, zoals bejaardentehuizen, ziekenhuizen, scholen en natuurreservaten, beperkende maatregelen opleggen, zowel wat het maximum toegelaten geluidsniveau, als wat de duur van de muziekactiviteit betreft, of het college kan de muziekactiviteit op de aangevraagde plaats verbieden.


Geluidsnormen voor muziek in ingedeelde inrichtingen

Voor inrichtingen die voldoen aan de VLAREM-normen en die beschikken over een milieuvergunning, de zogenaamde ingedeelde inrichtingen, gelden andere geluidsnormen. Het is hier de milieuvergunning die bepaalt hoeveel lawaai er mag worden geproduceerd. De zaaluitbater zal dat via de huurovereenkomst meedelen. Hij kan de huurder burgerlijk aansprakelijk stellen als die zich niet houdt aan de opgelegde voorwaarden. 

De normen zijn zeer sterk afhankelijk van de isolatiegraad van het gebouw waarin de fuif plaatsvindt. Ook het gebied waarin de zaal zich bevindt is belangrijk. Zo mag je in een gebied voor gemeenschapsvoorzieningen meer lawaai maken dan in een woongebied. Tenslotte speelt ook het tijdstip een rol. Overdag mag je meer lawaai produceren dan ’s avonds of ’s nachts (na 22u00).

Wie kan overtredingen vaststellen?

De meting van de decibelnormen van het KB van 24 februari 1977 en die van VLAREM gebeurt anders. Dit heeft te maken met de ijking van de toestellen. Of de Vlarem-normen gerespecteerd worden kan gecontroleerd worden door erkende bureaus. Ook ambtenaren (met inbegrip van politie)die hiervoor zijn aangeduid door de burgemeester en die hiervoor een speciale opleiding hebben gevolgd kunnen metingen uitvoeren.
 
Wie is er verantwoordelijk?

In principe blijft de uitbater verantwoordelijk voor het naleven van de milieuvergunningsvoorwaarden. De uitbater zal dus meestal de nodige maatregelen nemen (o.m. geluidsbegrenzer, vaste muziekinstallatie). Als de uitbater toch schade lijdt omdat de organisator zich niet houdt aan de geluidsnormen, dan kan de zaaluitbater dit proberen te verhalen op de organisator.


Nieuws