» Organisator
» Regelgeving
» wanneer ben ik strafbaar?
» politiereglementen
POLITIEREGLEMENTEN
Wat kan een gemeentelijk politiereglement regelen?
Een gemeente kan enkel reglementen en verordeningen goedkeuren die niet in strijd zijn met de wetten, decreten, de ordonnanties, de reglementen en de besluiten van de Staat, de Gewesten, de Gemeenschappen, de Gemeenschapscommissie, de provincieraad en de Bestendige Deputatie van de provincieraad (art. 119 van de Gemeentewet).
Openluchtmanifestaties
De meeste gemeenten hebben hiervoor een reglementering.
Openbare vergaderingen in besloten plaatsen (zalen en tenten)
Een fuif in een fuifzaal wordt aanzien als een openbare vergaderingen in besloten plaats. Ook hier wordt het onderscheid gemaakt tussen ingedeelde en niet-ingedeelde inrichtingen.
- De manifestaties die plaats vinden in niet- ingedeelde inrichtingen.
De gemeente kan hier gebruik maken van haar bevoegdheid (art. 117 t.e.m. 119 van de Gemeentewet) en van de mogelijkheden die de wet van 18 juli 1973 (wet betreffende geluidshinder) haar biedt om eventueel bijkomende maatregelen te nemen of zwaardere normen op te leggen. Merk wel op dat de straffen die op overtredingen gesteld zijn, de politiestraffen niet kunnen te boven gaan (€ 0,62 X 200). - De manifestaties in ingedeelde inrichtingen.
Als het gaat om een privé-zaal, dan kan het College van Burgemeester en Schepen, als vergunningverlenende instantie, bijzondere voorwaarden in de milieuvergunning opleggen ter bescherming van de mens en het leefmilieu (art. 20 derde lid van het milieuvergunningdecreet van 28 juni 1985).
De burgemeester kan bij de exploitatie zonder vergunning en bij niet-naleving van de milieuvergunningsvoorwaarden tegenover de milieuvergunningsplichtige inrichtingen dwangmaatregelen treffen, zoals de (tijdelijke) sluiting van een inrichting. - Tenslotte is er een regel die zowel voor ingedeelde als niet-ingedeelde inrichtingen geldt. De Burgemeester kan, in geval van hoogdringendheid, bij politieverordening de gepaste maatregelen nemen om het hoofd te bieden aan oproer, kwaadwillige samenscholing, ernstige stoornis van de openbare rust of andere onvoorziene gebeurtenissen. De gemeenteraad zal die verordening wel moeten bekrachtigen (art. 134 Gemeentewet).
Welke maatregelen kan een gemeente niet nemen?
Een gemeente mag geen discriminerende maatregelen opleggen die alleen voor bepaalde groepen (bvb. Jongeren) gelden, zoals enkel sluitingsuren voor jongerenfuiven, het gebruik van plastic bekers enkel verplicht maken voor jongerenfuiven, enz.
Een gemeente kan je niet verplichten:
- een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid af te sluiten
- SABAM aan te vragen;
- inkomgelden te innen tot een bepaald uur
- portiers in te zetten
Een gemeente heeft niet de bevoegdheid om:
- het aantal fuiven op het grondgebied van de gemeente te beperken.
- een politiereglement uit te vaardigen voor vergunningsplichtige inrichtingen (RvS 29 juni 1993), ook het KB van 24 februari 1977 kan men niet toepassen op ingedeelde inrichtingen.
- fuiven in besloten plaatsen (zalen en tenten) vergunningsplichtig te maken (in strijd met art. 26 van de grondwet).
- een meldingsplicht op te leggen, waarbij het niet melden kan leiden tot het stilleggen van de fuif of tot het betalen van een boete.
- min 16-jarigen de toegang te verbieden tot fuiven die geen handelskarakter hebben.
- overtredingen te bestraffen die tot de morele orde behoren (bvb. sluiting bij overtreding drugwet). Dergelijke overtredingen dienen door gerechtelijke instanties vervolgd en bestraft te worden.
- maatregelen te nemen waarbij het middel niet evenredig is met het rechtmatig doel dat men stelt. Er moet met andere woorden een redelijk en proportioneel verband bestaan tussen de beperkingen die worden opgelegd en de mogelijke ordeverstoringen
- bij eventuele wanordelijkheden en onvreedzame bijeenkomsten een definitief verbod uit te vaardigen. Ze kan slechts punctuele politiemaatregelen nemen (RvS 14 mei 1970). Een gemeente kan dus eventuele ongeregeldheden die zich voordoen bij één ‘herberg ‘ niet gebruiken als alibi om alle nachtelijke activiteiten te verbieden (RvS 8 oktober 1992).
Beperkingen politiereglementen
Politiereglementen kunnen niet alles regelen. Zo zijn private vergaderingen bijvoorbeeld niet onderworpen aan een ‘politiereglement over openbare vergaderingen en openbare bijeenkomsten’. Private vergaderingen zijn samenkomsten waar je alleen deel kan van uitmaken als je van de organisator een persoonlijke uitnodiging hebt gekregen. Op openbare vergaderingen wordt in principe iedereen zonder onderscheid toegelaten door de inrichter. Openbare fuiven zijn voor iedereen vrij toegankelijk, hetzij gratis, hetzij tegen betaling van een inkomgeld, hetzij of op vertoon van een toegangskaart of een uitnodiging die iedereen kan aanvragen, ook als je de organisator niet persoonlijk kent. (zie ook het deel privaat of openbaar?)
Let op! Artikel 561 van het strafwetboek (verstoring van de nachtrust) geldt wel voor privé-fuiven, net als artikel 3 van het KB van 24 februari 1977 over geluidsnormen als de fuif plaatsvindt in een niet ingedeelde-inrichting. (zie deel geluidshinder)
Beroepsmogelijkheden
Een gemeentebestuur dat ervoor kiest om onwettige reglementen toe te passen, dat misbruik maakt van recht of reglementen uitvaardigt die in strijd zijn met het algemeen belang, stelt zich erg kwetsbaar op. Bovendien kan men zich de vraag stellen in hoeverre men dan bij de organisator veel respect zal afdwingen voor de wet als men er zelf een loopje mee neemt. Als organisator beschik je bovendien over verschillende mogelijkheden om onwettige reglementen aan te vechten.
Bij DE CULTUURPACTCOMISSIE kan je aankloppen als je meent dat het gelijkheidsbeginsel geschonden is, bijvoorbeeld als er sprake is van discriminatie van jongeren. Dit moet gebeuren binnen een termijn van 60 dagen. Jeugdorganisaties of jeugdraden gaan er vaak verkeerdelijk vanuit dat ze niks meer kunnen ondernemen als die termijn van 60 dagen na de onwettige toepassing van het reglement is verstreken. Maar dat is niet het geval. Je kan een beslissing uitlokken. Een benadeelde jeugdorganisatie (via aangetekend schrijven) of een jeugdraad (via advies) kan vragen of men een bestaand reglement aanpast. Als redenen kan je een aantal onwettigheden aanhalen. (bvb. Discriminatie van jongeren).
Als het schepencollege met ‘nee’ antwoordt, dan is dit een beslissing en kan men binnen de 60 dagen klacht neerleggen bij de cultuurpactcommissie. Zelfs als de gemeente weigert te antwoorden, kan er een klacht ingediend worden. Er is dan sprake van een stilzittend bestuur.
Diensten van de Eerste Minister - Vaste Nationale Cultuurpactcommissie
Hertogstraat 4 , 1000 Brussel
Tel.: 02 551 08 64 - Fax: 02 551 08 69
Een andere mogelijkheid is je wenden tot DE GOUVERNEUR. Deze kan de beslissing schorsen, waardoor deze niet kan worden uitgevoerd.
Je kan ook aankloppen bij de MINISTER VAN BINNENLANDSE AANGELEGENHEDEN. Deze kan het besluit vernietigen. Het besluit is dan niet geldig. Je mag niet te lang wachten met het aantekenen van administratief beroep zoals dat dan heet, anders heeft de hogere overheid geen tijd meer om op de klacht te reageren. De termijn om te schorsen of vernietigen bedraagt 30 dagen. Bij een administratief beroep zal de hogere overheid de nodige stukken en de verantwoording bij de gemeente opvragen. De schorsingstijd wordt dan zolang opgeschort tot alle stukken binnen zijn.
Minister van Binnenlandse aangelegenheden
Martelaarsplein 7, 1000 Brussel
Tel.: 02 553 23 11 - Fax: 02 553 23 05
Als je alle andere wettelijke administratieve rechtsmiddelen hebt geprobeerd, kan je je wenden tot DE RAAD VAN STATE binnen een termijn van 60 dagen nadat de beslissing uitvoerbaar is. Dit kan enkel als eerst alle andere wettelijke administratieve rechtsmiddelen werden uitgeput. De Raad van State doet de uitspraak ten gronde! Als het annulatieberoep ‘kennelijk gegrond’ is, kan gebruik worden gemaakt van de bijzondere en versnelde procedure (art. 94 van het procedurereglement). In het andere geval wordt het de gewone – en dus trage – procedure (die al vlug 6 jaar kan bedragen).
DE RECHTBANK
Als je omwille van een conflict met het gemeentebestuur voor een (politie)rechtbank moet verschijnen, kan deze rechtbank het reglement niet-bindend verklaren, m.a.w. de sanctiebevoegdheid van het reglement valt weg. Een benadeelde kan ook altijd zelf naar een burgerlijke rechtbank stappen en vragen het besluit te vernietigen.
Nieuws
ORGANISATOR