Alcohol is verboden voor min 16-jarigen, artikel 5 van de besluitwet van 14 november 1939 betreffende de beteugeling van de dronkenschap bepaalt: het is verboden om het even welke alcoholische dranken aan minderjarigen jonger dan 16 jaar te verkopen.
Artikel 13 van de wet van 28 december 1983 stelt dat het verstrekken, zelfs gratis, van sterkedrank voor gebruik ter plaatse aan minderjarigen verboden is in drankgelegenheden. Bovendien bepaalt artikel 13 dat het verkopen aan minderjarigen van ‘mee te nemen sterke dranken’ verboden is. Ook de verkoop van sterkedrank voor gebruik ter plaatse in occasionele drankgelegenheden op plaatsen waar openbare manifestaties plaatsvinden zoals sportieve, politieke en culturele manifestaties is verboden, tenzij je speciale machtiging hebt van het college van burgemeester en schepenen. (artikel 9 wet 28 december 1983, B.S. 30 december 1983)
Op 31 januari 2005 verscheen in het Belgisch Staatsblad een nieuwe Gemeen-schappelijke Richtlijn 'omtrent vaststelling, registratie en vervolging van inbreuken inzake bezit van cannabis'.
Hiermee wordt - in afwachting van een nieuwe wet - een voorlopig antwoord gegeven op de vernietiging door het Arbitragehof op 21 oktober 2004 van artikel 16 van de nieuwe drugwet van 2003.
De nieuwe wetgeving is enkel van toepassing op meerderjarigen. Voor minderjarigen blijft elk drugbezit strafbaar. In geval van een inbreuk wordt een beroep gedaan op het jeugdbeschermingsrecht en wordt er steeds een proces-verbaal opgemaakt. Voor cannabis net zoals voor andere illegale drugs.
Ook voor meerderjarigen blijft cannabis verboden, maar de richtlijn van 25 januari 2005 stelt dat de laagste prioriteit gegeven wordt aan meerderjarigen met een hoeveelheid cannabis in bezit voor persoonlijk gebruik. Tenzij er verzwarende omstandigheden in het spel zijn.
Persoonlijk gebruik wordt in de richtlijn omschreven als het bezit van maximum 3 gram cannabis of één plantje. Als bezit van minder of gelijk aan 3 gram cannabis of één cannabisplant wordt vastgesteld voor eigen gebruik zonder verwarende omstandigheden of verstoring van de openbare orde, zal dit enkel aanleiding geven tot het opstellen van een Vereenvoudigd Proces Verbaal.
Verzwarende omstandigheden zijn onder meer:
Drugbezit is en blijft strafbaar. Voor andere illegale drugs dan cannabis wordt altijd een proces-verbaal opgemaakt en schakelt men het parket in, en is er eventueel een doorverwijzing naar de correctionele rechtbank. De nieuwe wet van 2 juni 2003 beklemtoont ook hier het belang van hulpverlening (versus bestraffing). Op het niveau van de correctionele rechtbank geldt het strafrecht zoals beschreven in de wet van 24 februari 1921, mét een verzwaring: geldboete én gevangenisstraf.
Druggebruik (en/of bezit) op een fuif kan niet. De organisator mag geen druggebruik toelaten op een fuif, ook al is dit moeilijk te controleren. Er wordt hierbij geen onderscheid gemaakt tussen soft- of harddrugs. Tolereren wordt in de rechtspraak trouwens beschouwd als ‘aanzetten tot’. Het oogluikend toelaten van druggebruik is dus een verzwarende omstandigheid!
Sinds 7 augustus 2006 is de burgemeester bevoegd om een pand in een gemeente te sluiten indien er ernstige aanwijzingen zijn van druggebruik. Deze sluiting kan maximum 6 maanden duren en moet bevestigd worden op de eerstvolgende vergadering van het schepencollege. De gemeenteraad moet op de eerstvolgende zitting op de hoogte gebracht worden. Deze bepaling, opgenomen in de zomerse programmawet, is een aanzienlijke uitbreiding van de bevoegdheden van de burgemeester. Voordien kon een burgemeester enkel een café sluiten voor een periode van maximum 3 maanden omwille van verstoring van de openbare orde buiten het café, zoals geluidsoverlast of herhaalde ruzies. Hou die joint dus in het oog …
De Ambrassade vzw I Arenbergstraat 1D I
1000 Brussel I T 02 551 13 50 I
info@ambrassade.be I
www.ambrassade.be