De wetgever definieert een artistieke prestatie als ‘de creatie en/of uitvoering of interpretatie van artistieke oeuvres in de audiovisuele en de beeldende kunsten, in de muziek, de literatuur, het spektakel, het theater en de choreografie’. Als je een muzikant vergoedt voor een optreden is er uiteraard geen twijfel of dit een artistieke prestatie is ja dan neen.
Bij dj’s is dit al meteen een stuk minder duidelijk. Geluidstechnici worden alvast voor de btw expliciet uitgesloten voor de gunsttarieven voor kunstenaars. Bij de RSZ-regels is er minder eenduidigheid. Als je twijfelt of een bepaalde prestatie al of niet gecatalogeerd kan worden als een artistieke prestatie, kan advies gevraagd worden aan de Commissie Kunstenaars via info@articomm.be. Als je op veilig wilt spelen, doe je er goed aan om te werken met een SBK; zij nemen dan immers de rol van werkgever op zich.
De kleine vergoedingsregeling is vergelijkbaar met de vrijwilligersvergoeding, maar geldt uitsluitend voor artistieke prestaties. Een KVR of kleine vergoeding is een forfaitaire onkostenvergoeding. Dit wil zeggen dat het geen vergoeding voor een prestatie is en dat er evenmin bewijsstukken moeten voorgelegd kunnen worden voor de kosten die gemaakt werden. Het wil echter ook zeggen dat de vergoeding geacht wordt alle kosten te dekken. Je kan dus een KVR niet combineren met een kilometervergoeding (wat bij de vrijwilligersvergoeding wel kan).
Bij de kleine vergoedingsregeling gelden uiteraard wel een aantal spelregels. Een artiest mag maximaal 30 x per jaar betaald worden met de KVR en per keer mag de onkostenvergoeding niet groter zijn dan 111,74 euro per dag en 2.234,74 euro per jaar (bedragen 2010). Als je als opdrachtgever een artiest die deze maxima al heeft overschreden toch met de KVR betaalt, riskeer je alsnog als werkgever bekeken te worden met alle negatieve gevolgen en kosten van dien. Daarom moet je elke artiest individueel vragen om een ‘verklaring op eer’ te ondertekenen waarbij hij of zij op eer verklaart nog aan deze voorwaarden te voldoen. Een model van zo’n verklaring op eer kan je downloaden op de website van poppunt (onder ‘geld verdienen’ bij ‘popadvies’).
De meeste facturen die je als organisator ontvangt, zullen van een vzw of bvba komen. Vaak stuurt bijvoorbeeld de boeker van de artiest een factuur voor de gage plus de boekingsfee. Dj’s en grote groepen hebben soms ook een eigen bvba van waaruit de gages gefactureerd worden. Ook een zelfstandige muzikant of dj kan een factuur schrijven voor zijn prestatie. Zo’n factuur bewijst in principe de onafhankelijkheid van de artiest en verlost jou van je werkgeversverplichtingen. Let wel, om rechtsgeldig te zijn moet een factuur aan heel wat voorwaarden voldoen. Het volstaat niet om als titel van je document ‘factuur’ te gebruiken. Bovendien is het voor kunstenaars niet zo evident om zich als zelfstandige te vestigen, de standaardregel zegt immers dat ze werknemer zijn als ze artistieke prestaties leveren in opdracht en tegen een vergoeding. Zelfstandig kunstenaar zijn kan in principe alleen als je economische onafhankelijkheid kan aantonen. Het is de commissie kunstenaars die hierover oordeelt en vervolgens een zelfstandigheidsverklaring aflevert. Die zelfstandigheidsverklaring geeft de opdrachtgever de garantie dat de prestatie niet zal geherkwalificeerd worden als werknemer. Als een artiest zijn vergoeding aan jou wil factureren, vraag je dan ook best naar zijn of haar zelfstandigheidsverklaring.
Let op: om rechtsgeldig te zijn, moet een factuur aan heel wat voorwaarden voldoen (zie het stukje over betalen met factuur bij "Vrijwilligers en andere medewerkers vergoeden").
Een sociaal bureau voor kunstenaars of SBK werkt net het zelfde als een interimbureau. Het vormt met andere woorden een tussenschakel tussen de opdrachtgever (organisator) en de opdrachtnemer (de artiest). Concreet wil dit zeggen dat het SBK alle loonadministratie en alle werkgeversverplichtingen op zich neemt. Het SBK betaalt een nettoloon uit aan de artiest en stuurt een factuur aan de organisator.
Aangezien het verschil tussen nettoloon en loonkost vaak 100 % is, moet je er heel goed over waken dat de afspraken met de muzikanten of dj’s zeer duidelijk zijn. Als het SBK 200 euro factureert aan de organisator zal de muzikant een vergoeding van net iets meer dan 100 euro op zijn rekening krijgen.
Van zodra je een artistieke prestatie die in opdracht geleverd wordt, vergoedt, ben je werkgever. Als werkgever heb je ontzettend veel verplichtingen. Daarom dat je er goed aan doet dit te allen prijze te vermijden. Over de werkgeversverplichtingen kan je desgewenst extra informatie vinden op www.kunstenloket.be.
Als je werkt met artiesten uit het buitenland, moet je rekening houden met de bedrijfsvoorheffing voor buitenlandse artiesten, ook wel artist-tax genoemd. Kort gezegd komt het er op neer dat je bovenop het bedrag dat je voor de artiest uitgeeft (gage, vervoer, hotel, catering) 18 % bedrijfsvoorheffing moet doorstorten aan de staatskas. Bovendien moet er van deze vergoeding ook een individuele fiche (281.10) en samenvattende opgave (325.10) worden opgemaakt. Om deze aangifte vlot te kunnen doen, maak je als onderneming (bijvoorbeeld vzw) een account aan op www.socialsecurity.be. Dankzij die account en de elektronische identiteitskaart van de lokale beheerder kan je via Belcotax on web de aangiftes elektronisch doen.
Bij die aangifte mag je van het bruto bedrag (gage plus kosten) wel forfaitair een aantal bedragen aftrekken.
|
Eenmalig voor de verplaatsingskosten |
300 euro |
|
Per gepresteerde dag voor voedingskosten en kleine uitgaven |
37,50 euro |
|
Per gepresteerde dag voor logementkosten |
62,50 euro |
Aangezien die verplichte bedrijfsvoorheffing soms wordt genuanceerd of tegengesproken door dubbelbelastingsverdragen die werden afgesloten tussen België en het land van herkomst van de artiest, moet je telkens per artiest naar de specifieke regels uit de dubbelbelastingsverdragen gaan kijken (voor zover er met dat specifieke land een dubbelbelastingsverdrag is). Dit maakt het geheel erg complex. Meer gedetailleerde info hierover kan je vinden in het juni-nummer[1] van 2006 van Artisjok, het ezine van de Vlaamse Vereniging voor Cultuurcentra.