De burgerrechtelijke aansprakelijkheid regelt de verhoudingen tussen burgers onderling. Net als het strafrecht wil het burgerlijk recht aanzetten tot ‘zorgvuldig handelen’. Daarnaast heeft de burgerlijke aansprakelijkheid een vergoedend karakter, omdat het de bedoeling is opgelopen schade te laten herstellen (bij het strafrecht daarentegen staat het straffen van de dader centraal).
Gelukkig kan iemand die aansprakelijk gesteld wordt voor een onopzettelijke fout in veel gevallen rekenen op de bescherming door een verzekering die de schadevergoeding op zich neemt.
De burgerrechtelijke aansprakelijkheid kan opgedeeld worden in contractuele en buitencontractuele aansprakelijkheid.
De organisator van een evenement sluit meestal uiteenlopende contracten of overeenkomsten af. Door die contracten zijn alle partijen verplicht om elk een of meerdere prestaties te leveren.
Contractuele aansprakelijkheid is aansprakelijkheid die voortvloeit uit de niet-naleving of een foutieve uitvoering van een contractuele verbintenis.
Wat is een contractuele verbintenis?
D.w.z. dat je contractueel aansprakelijk kan gesteld worden voor schade aan materiaal dat je geleend of gehuurd hebt.
Buitencontractuele aansprakelijkheid is de aansprakelijkheid tussen personen die niet door een contract zijn gebonden.
Het burgerlijk wetboek bepaalt dat ‘diegene die een fout heeft begaan en daardoor aan een derde schade heeft veroorzaakt, diens schade moet vergoeden’. Dat geldt niet alleen voor opzettelijke fouten, maar ook voor nalatigheden. Dat is meteen een van de gronden voor buitencontractuele aansprakelijkheid.
Als een benadeelde een schadevergoeding eist op basis van buitencontractuele aansprakelijkheid, moet hij drie elementen aantonen:
De fout
Er is sprake van een fout als iemand een handeling stelt die:
In deze gevallen staat de fout vast, tenzij de aansprakelijke die fout kan rechtvaardigen (bijvoorbeeld door overmacht of een noodtoestand).
Ook als je niet zorgvuldig en omzichtig genoeg geweest bent, kan je aansprakelijk gesteld worden voor een fout. Elke burger heeft immers een ‘zorgvuldigheidsplicht’ die nageleefd moet worden.
Schade
De benadeelde moet het bestaan en de omvang van de schade kunnen bewijzen. Er moet duidelijk aangetoond worden dat de belangen van het slachtoffer geschaad werden. Alleen werkelijke, rechtmatige en persoonlijke schade komt voor vergoeding in aanmerking.
Causaal verband
De benadeelde moet ook het oorzakelijke verband bewijzen tussen zijn schade en de fout. Als er schade zou zijn zonder de fout, dan is er geen causaal verband.