Deze vraag is niet zomaar eenduidig te beantwoorden. In de wetgeving wordt het onderscheid gemaakt tussen ingedeelde inrichtingen en niet-ingedeelde inrichtingen.
Een ingedeelde inrichting is een zaal met een milieuvergunning, een zaal die aan de VLAREM 2-normen voldoet. De VLAREM 1 indelingslijst vermeldt dat feestzalen en lokalen over een milieuvergunning moeten beschikken wanneer ze een dansgelegenheid omvatten en de totale oppervlakte van de voor het publiek toegankelijke lokalen 100 m2 of meer bedraagt.
Als de fuif plaatsvindt in een zogenaamde ‘ingedeelde inrichting’ dan zijn de voorwaarden om te fuiven vastgelegd in de milieuvergunning.
In een niet-ingedeelde inrichting gaan er dansactiviteiten door die niet onder de VLAREM – indelingsrubriek vallen en waarvoor dus geen milieuvergunning nodig is:
Met 'bijzondere gelegenheden' wordt bedoeld dat er een bijzondere reden moet zijn om deze dansactiviteit te organiseren. Bijvoorbeeld: kermissen, carnavals, schoolfeesten, jaarfeesten van een vereniging, huwelijksfeesten, jubileumvieringen,e.d..
In een niet- ingedeelde inrichting mogen er maximum 12 danspartijen (bal, fuif, trouwfeest, …) per jaar plaatsvinden, met een maximum van 2 per maand. Vallen hieronder: openluchtfuiven, de meeste fuiven in tenten, fuiven in zalen waar er slechts occasioneel wordt gedanst (bals, bruiloften, fuiven).
Eens fuiven in een sporthal, fabriekshal, magazijn, … kan dus in principe ook als er sprake is van een ‘bijzondere gelegenheid’ (bvb. 100-dagen-fuif). Maar ook al slaag je erin de eventuele geluidsoverlast binnen de perken te houden, vaak zijn deze locaties niet geschikt om er een fuif te houden. In principe moet je beschikken over een ‘attest hygiëne’ (formulier 240i, KB van 3 april 1953, BS 4 april 1953) te verkrijgen bij de politie in de gemeente waar de inrichting gelegen is. De zaal moet o.a. over voldoende hygiënische sanitaire voorzieningen beschikken. Een groter probleem is de brandveiligheid. Vele van deze inrichtingen hebben onvoldoende nooduitgangen. Vraag aan de brandweer een verslag op te maken. Dit verslag zal onder meer aangeven hoeveel personen er binnen mogen.
Om op een jongerenfuif van een goede sfeer te kunnen spreken en letterlijk de adrenaline te laten stromen, is er ± 95 dB(A) nodig (meer moet echt niet en is erg schadelijk voor het gehoor). En hier wringt het schoentje vaak: in vele zalen – zelfs met milieuvergunning – mag je wettelijk maar 80 à 85 dB(A) halen.
Als je de mogelijkheid hebt, huur je best een zaal die over een milieuvergunning beschikt, op voorwaarde dat er 90 dB(A) en liefst zelfs 95 dB(A) kan worden gehaald. Of je de opgelegde geluidsnormen al dan niet overschrijdt, hangt ook af van de manier waarop de muziekinstallatie een plaats krijgt in de zaal. Een zaal die ook nog eens beschikt over een vaste muziekinstallatie (versterker en boxen) is dus ideaal.
Als je je fuif toch op een locatie organiseert die niet over een milieuvergunning beschikt, dan kan je een aanvraag indienen bij het College van Burgemeester en Schepenen om niet onder de geluidsnormen van het KB van 24/02/77 te vallen. In principe kan dit alleen als het om een bijzondere gelegenheid gaat. (bvb. het jaarfeest van een vereniging).
In principe wel. Als de uitbating gebeurt door een gemeentelijke of parochiale vzw of door een jeugdhuis dan is er geen handelskarakter aanwezig. Op fuiven in deze zalen mag iedereen zonder problemen binnen. Als je echter een zaal huurt van een discotheek of de gemeentelijke/ parochiale zaal werd in concessie gegeven (en de uitbater heeft dus een winstmarge op de drank) dan is er wel duidelijk een handelskarakter aanwezig. Min-16-jarigen mogen dan in principe niet binnen, tenzij ze worden begeleid door een volwassene.
Tip: Niet enkel de huurprijs van de zaal is belangrijk, ook wat er in deze huurprijs is inbegrepen. Is er een muziekinstallatie aanwezig? Heb je als organisator een percentage op de winst die er via het drankverbruik gemaakt wordt of gaat dit volledig naar de uitbater?Vraag ook na of de zaaluitbater het het ‘jaarforfait B’ voor de billijke vergoeding heeft. Is dat niet het geval, dan gaat de factuur naar de organisator. Dit betekent zeker bij grotere fuiven een flink stuk minder winst!