De aangifteplicht vervalt wanneer een gelegenheidsslijterij wordt georganiseerd op het grondgebied van een gemeente die deel uitmaakt van een Gewest waar de openingsbelasting op nul heeft gezet is. Dit is dus het geval voor Vlaanderen. Voorheen moest je je als organisator met een moraliteitsattest (240i) aanmelden bij douane en accijnzen. Met het vervallen van de zogenaamde aangifteplicht, vervalt ook de verplichting om een moraliteitsattest af te leveren bij Douane en Accijnzen.
Voor het schenken van gegiste dranken moet je dus geen vergunning meer aanvragen bij Douane&Accijnzen. Aan de opening van een vaste en reizende slijterijen blijven wel voorwaarden (i.v.m moraliteit en hygiëne) verbonden die de gemeente zal controleren.
Voor gelegenheidsslijterijen zoals fuiven zijn er geen expliciete voorwaarden voorzien in de wet. Gemeentelijke overheden kunnen zelf autonoom vaststellen in hoeverre zij de voorwaarden inzake moraliteit zullen nagaan van een organisator van een gelegenheidsslijterij. Vanuit de federale overheid wordt er gehoopt dat de gemeenten niet teveel nieuwe voorwaarden zullen opleggen aan de organisator. Men wil immers de administratieve overlast laten verdwijnen voor het organiseren van o.a. fuiven.
Gemeenten zijn dus niet verplicht de moraliteit van de organisator van een gelegenheidsslijterij na te gaan, de wetgever koos er opzettelijk voor dit niet vast te leggen.