Voor inrichtingen die voldoen aan de VLAREM-normen en die beschikken over een milieuvergunning, de zogenaamde ingedeelde inrichtingen, bepaalt de milieuvergunning hoeveel lawaai er mag worden geproduceerd. De zaaluitbater zal dat via de huurovereenkomst meedelen. Hij kan de huurder burgerlijk aansprakelijk stellen als die zich niet houdt aan de opgelegde voorwaarden.
De normen zijn zeer sterk afhankelijk van de isolatiegraad van het gebouw waarin de fuif plaatsvindt. Ook het gebied waarin de zaal zich bevindt is belangrijk. Zo mag je in een gebied voor gemeenschapsvoorzieningen meer lawaai maken dan in een woongebied. Tenslotte speelt ook het tijdstip een rol. Overdag mag je meer lawaai produceren dan ’s avonds of ’s nachts (na 22u00).
De meting van de decibelnormen van het KB van 24 februari 1977 en die van VLAREM gebeurt anders. Dit heeft te maken met de ijking van de toestellen. Of de VLAREM-normen gerespecteerd worden kan gecontroleerd worden door erkende bureaus. In een aantal Oost-Vlaamse gemeenten kunnen ook ambtenaren (met inbegrip van politie) die hiervoor zijn aangeduid door de burgemeester en die hiervoor een speciale opleiding hebben gevolgd metingen uitvoeren.
De geluidsnormen voor niet-ingedeelde inrichtingen worden geregeld door de kaderwet van 18 juli 1973 betreffende geluidshinder en vooral de uitvoeringsbesluiten, het KB van 24 februari 1977 “houdende vaststelling van geluidsnormen voor muziek in openbare en private inrichtingen”. Als gemeente (College van Burgemeester en schepenen) kan je een uitzondering toestaan op de geluidsnormen zoals ze in het KB van 24 februari 1977 zijn opgenomen. De fuiforganisator dient hiervoor een aanvraagformulier in bij de gemeente.
Wie kan er optreden om na te gaan of er geluidsoverlast is?
Alleen bevoegde personen kunnen vaststellingen doen. Dat zijn o.a. de officieren van de politie en bepaalde milieuambtenaren die hiervoor een specifieke bevoegdheid gekregen hebben. Het onderzoek moet gebeuren met erkende toestellen (sonometers). Als achteraf zou blijken dat onbevoegde ambtenaren zijn opgetreden, dan is het misdrijf niet op geldige wijze vastgesteld.