Een gemeente heeft natuurlijk de vrijheid om een uniek loket naar eigen wens en goeddunken in de gemeentelijke structuur in te planten. Toch is het belangrijk dat dit weloverwogen gebeurt.
Vaak wordt dit loket toegevoegd aan de jeugddienst. In sommige gemeenten krijgt het uniek loket onderdak bij de cultuurdienst, de dienst Vrije Tijd, of de dienst Feesten.
Bij welke gemeentelijke dienst het uniek loket ondergebracht wordt is op zich niet zo belangrijk, de motivatie/argumenten waarop men zich baseert om dit te doen zijn dat wel. Ook de attitude van de ambtenaar is erg belangrijk. Hij/zij moet enige affiniteit hebben met het verenigingsleven en stelt de ondersteuning van de organisator voorop. De organisator mag dus niet het gevoel krijgen dat het uniek loket een verlengde is van bijvoorbeeld de politiedienst of dat het een soort controle-orgaan is.
Het uniek loket een plaatsje geven binnen de jeugddienst kan het voordeel bieden van laagdrempeligheid. Jongeren in de gemeente hebben vaak hun weg al gevonden naar de jeugddienst en de jeugdconsulent (of andere medewerkers van de jeugddienst) is natuurlijk het aanspreekpunt bij uitstek voor jongeren binnen de gemeentelijke structuur. De drempel om naar een andere gemeentelijke dienst te stappen is mogelijk veel hoger.
Anderzijds zet je hiermee mogelijk de deur op een kier om fuiven en feesten te reduceren tot iets waar enkel jongeren mee bezig zijn. Het is belangrijk dat de gemeente erover waakt dat het loket niet wordt mis/gebruikt om jongerenfuiven te viseren. Feesten en fuiven is immers iets van alle tijden en van alle leeftijden. Jongeren laten voldoen aan strengere voorwaarden (of er strenger op toezien) dan andere bevolkingsgroepen kan niet de bedoeling zijn.
Het is natuurlijk wel zo dat leren organiseren een belangrijke levensles kan zijn, en dat jongeren hierbij nood hebben aan extra ondersteuning bij hun fuif. Het uitstippelen van een feest- en fuifbeleid vertrekt best van het volgende uitgangspunt:
“Er moet een onderscheid worden gemaakt tussen de regels op zich en de toepassing in de praktijk. De toepassing is menselijk handelen en mag niet alleen het formalisme van de regels op zich uitmaken. Vandaar dat de fuiforganisator, die meestal een occasionele organisator is, buiten de verantwoordelijkheid die hij op zich neemt, ook moet managen en organiseren en dit enige kunde en vaardigheid veronderstelt. In de praktijk moet men er kunnen vanuit gaan dat dit met vallen en opstaan gaat en dat er dus fouten kunnen worden gemaakt.”
De voorgaande overwegingen kan je als gemeente maken wanneer het gaat over voor wie het uniek loket wordt opengesteld. Kan iedereen uit de gemeente die een fuif of evenement wil organiseren er terecht of beperk je dit tot jongeren of tot (erkende) verenigingen? Feesten is iets van alle leeftijden, wij raden dan ook aan het uniek loket open te stellen voor iedereen.
Het is belangrijk dat een uniek loket gekaderd wordt binnen een constructief gemeentelijk fuifbeleid dat fuiven blijvend wil mogelijk maken en stimuleren. Daarom is het ook belangrijk dat het ingebed wordt in de gemeentelijke structuur. Het uniek loket onderbrengen bij de preventiedienst of bij de politie is af te raden. Het staat buiten kijf dat de veiligheid van een fuif en de manier waarop ze georganiseerd wordt de nodige aandacht verdient. Het is ook belangrijk dat de gemeente –al dan niet in overleg met de politiediensten- een risicoanalyse maakt van een fuif. Het uniek loket bij de politie onderbrengen zou misschien kunnen leiden tot een te enge invalshoek. Veiligheid is belangrijk, maar het mag gezegd dat de meeste fuiven zonder noemenswaardige problemen verlopen. Vooral ondersteuning door en een vlotte samenwerking met de gemeente zijn voor de organisator cruciaal om zijn/haar fuif in goede banen te leiden.
Regelmatig overleg met de verschillende gemeentelijke diensten die op een of andere manier bij het fuiven betrokken zijn (technische dienst, milieudienst, jeugddienst, eventueel ook overleg met politie en brandweer) is onontbeerlijk om de goede werking van het uniek loket te verzekeren. (zie ook Lokaal fuifoverleg)