Een min 16-jarige is normaal (zonder begeleiding van een volwassene) niet toegelaten in een gelegenheid waar wordt gedanst. De wet van 15 juli 1960 op de zedelijke bescherming van de jeugd (BS 20-07-1960) bepaalt inderdaad in artikel 1 dat een jongere beneden de 16 jaar (sinds 9 juli 1973, daarvoor was dat 18 jaar) een danszaal niet mag betreden. Dit verbod is echter niet absoluut. Artikel 1,3° bepaalt dat iedere jongere, ongeacht zijn leeftijd, toegang heeft tot bals die zonder winstgevend doel zijn ingericht (bal van de Burgemeester, schoolbal, bals en fuiven van verenigingen). Min- 16 jarigen zijn dus wel op een fuif toegelaten, als de danspartij niet uit handelsgeest wordt opgezet.
De gemeente (of de politie) kan de fuiforganisator niet verplichten iemand aan de deur te zetten die de controle moet doen op leeftijd. Want dan zou deze activiteit onder de bewakingswet vallen. Een bewaking kan immers wettelijk niet worden opgelegd aan de organisator. (Wet van 10 april 1990 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid)
De controle van identiteitsdocumenten om veiligheidsredenen mag in principe alleen uitgevoerd worden door politiefunctionarissen. Dit is ook het geval indien de identiteitscontrole gebeurt met toestemming van de betrokkene.
De gemeente kan niemand verplichten min 16-jarigen te weigeren op een fuif. Het is altijd de rechtbank die beoordeelt of een fuif een handelskarakter heeft of niet. Als er geen handelsgeest is, kunnen min 16-jarigen normaal ook niet worden geweigerd, je mag immers niemand discrimineren.