Een min 16-jarige is normaal (zonder begeleiding van een volwassene) niet toegelaten in een gelegenheid waar wordt gedanst. De wet van 15 juli 1960 op de zedelijke bescherming van de jeugd (BS 20-07-1960) bepaalt inderdaad in Art. 1 dat een jongere beneden de 16 jaar (sinds 9 juli 1973, daarvoor was dat 18 jaar) een danszaal niet mag betreden.
Dit verbod is echter niet absoluut. Art. 1,3° bepaalt dat iedere jongere, ongeacht zijn leeftijd, toegang heeft tot bals die zonder winstgevend doel zijn ingericht (bal van de burgemeester, schoolbal, bals en fuiven van verenigingen).
Het mag dus wel, als de danspartij niet uit handelsgeest wordt opgezet. Het is altijd de rechtbank die beoordeelt of een fuif een handelskarakter heeft of niet.
Over het algemeen wordt aangenomen dat een fuif in een zaal van een commerciële zaaluitbater een danspartij uit handelsgeest is. Als er geen handelsgeest is, kunnen min 16-jarigen normaal ook niet worden geweigerd.