Het is vooral duidelijk waar een fuifzaal wettelijk niet thuishoort. In industriegebieden, gebieden voor ambachtelijke bedrijven, natuur- of landbouwgebieden kan een fuifzaal niet gezoneerd zijn.
Op 23 mei 2003 (besluit van de Vlaamse regering van 28 november 2003 tot bepaling van de toelaatbare functiewijzigingen voor gebouwen, gelegen buiten de geëigende bestemmingszone (B.S. 10/2/2004)) keurde de Vlaamse regering een principieel besluit goed dat toelaat in bepaalde gevallen het gebruik of de functie van zonevreemde gebouwen te wijzigen. Zonevreemde gebouwen zijn gebouwen die niet gelegen zijn in een geëigende bestemmingszone.
Met het wijzigingsdecreet van 13 juli 2002 over de zonevreemde woningen besliste de Vlaamse regering tot de opmaak van een lijst, waardoor het gebruik van een bestaand vergund gebouw zou kunnen worden gewijzigd. Deze lijst is vooral gericht op een zinvol hergebruik en een revalorisering van bestaande, zonevreemde gebouwen. Dit om te vermijden dat een waardevol gebouwenpatrimonium zou verkommeren door leegstand omdat er geen nieuwe nuttige functie aan kan worden gegeven.
Als het gebouw of het gebouwencomplex daartoe bouwfysisch geschikt is, kunnen o.a. de volgende gebouwen (onder welbepaalde voorwaarden, ondermeer dat je niks ingrijpends wijzigt aan het gebouw) in aanmerking komen voor het verkrijgen van een stedenbouwkundige vergunning in een industriegebied: het wijzigen van het gebruik van een bestaand gebouw naar luidruchtige binnenrecreatie, zoals b.v. een carting, een fuifzaal of een schietstand. (Besluit van de Vlaamse regering van 28 november 2003 B.S. 10 februari 2004)
Ook de functiewijziging beschreven in artikel 10 van dit besluit is mogelijk voor de inplanting van een fuifzaal.
Met toepassing van artikel 145bis, § 2, van het decreet kan een vergunning worden verleend voor het geheel of gedeeltelijk wijzigen van het gebruik van een gebouw of gebouwencomplex, voorzover aan al de volgende voorwaarden voldaan is:
1° het gebouw of gebouwencomplex is opgenomen in de inventaris van het bouwkundige erfgoed, opgesteld met toepassing van artikel 3, 2° van het koninklijk besluit van 1 juni 1972 tot oprichting van een Rijksdienst voor Monumenten- en Landschapszorg bij het Ministerie van Nationale Opvoeding en Nederlandse Cultuur, en vastgesteld door de Vlaamse minister, bevoegd voor de monumenten en landschappen;
2° de voortzetting van de vroegere functie blijkt niet haalbaar of garandeert de duurzame leefbaarheid van het gebouw of het gebouwencomplex niet;
3° de nieuwe functie laat de erfgoedwaarde ongeschonden of verhoogt ze;
4° de administratie, bevoegd voor de monumenten en landschappen, brengt een gunstig advies uit over de aanvraag. Ze spreekt zich minstens uit over de in 1°, 2° en 3° vermelde voorwaarden.
Op 27 oktober 1999 leidde de R.O.H.M van Vlaams-Brabant bij de gemeente Ternat een herstelvordering in. Het ging over een jeugdhuis in een recreatiegebied.
Het argument was dat een jeugdhuis een gemeenschapsvoorziening is die thuishoort in een daartoe geëigend bestemmingsgebied op het gewestplan, in casu in een gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen. Een jeugdhuis zou volgens deze redenering niet thuishoren in een recreatiegebied!
Bij een nieuwe aanvraag voor de bouw van een jeugdhuis, annex fuifzaal krijgt de gemeente Ternat een weigering en wordt er hiërarchisch beroep ingesteld door het College van Burgemeester en Schepenen bij de bevoegde Vlaamse minister van Ruimtelijke Ordening. De minister oordeelt echter
‘Een infrastructuur in het kader van jeugdwerking wordt in een recreatiegebied geenszins als zonevreemd aanzien. Een jeugdcentrum heeft immers een recreatieve functie, staat ten dienste van de gemeenschap en sluit nauw aan bij het wonen.’
De minister van ruimtelijke ordening ziet er geen graten in dat de polyvalente ruimte (de fuifzaal) er komt, omdat die niet eens de helft van de totale oppervlakte van het jeugdcentrum bedraagt en de zaal voldoende gebufferd is naar buiten. De bouwvergunning werd dan ook verleend.
Het besluit is dan ook dat een fuifzaal geïntegreerd binnen een ruimer gemeentelijk jeugd- of gemeenschapscentrum kan binnen een recreatiezone als het project planologisch en stedenbouwkundig-architecturaal verantwoord is.
De meest geschikte locatie voor een (nieuwe) fuifzaal is een gebied voor gemeenschapsvoorzieningen omdat je daar 15 decibel meer geluid mag produceren dan in een woongebied. Gezien de decibelschaal logaritmisch is, wil dit zeggen dat je daar 30 maal zoveel lawaai mag maken. De investering zal daar dus ook het kleinst zijn.
Op de tweede plaats komen woongebieden en landelijk gebieden op minder dan 500 meter van industriegebieden of gebieden voor ambachtelijke bedrijven. De reden is ook hier dat je 5 dB(A) meer geluid mag meten dan in een woongebied dat niet grenst aan zo’n zone.