Leg het accent op de ondersteuning van de fuiforganisator, en niet op het melden van de fuif. Engageer je als gemeente om tegenover de melding door de organisator een aantal stimulerende en ondersteunende maatregelen te stellen. Op die manier wordt het organiseren van een fuif ook uit de hoek van potentiële overlast gehaald en in een ruimer en positiever kader geplaatst.
Je kan vragen dat fuiforganisatoren hun fuif melden. Het niet-melden kan geen aanleiding zijn om een fuif stil te leggen of om sancties op te leggen.Als je als lokale overheid bij de melding dingen vraagt aan de fuiforganisator die niets met de openbare orde te maken hebben, ben je er dan van bewust dat je de organisator nooit kan verplichten deze informatie te geven!
Organisatoren verplichten om toestemming te vragen voor hun fuif in een besloten ruimte kan niet. De vrijheden die onze Grondwet toekent, verzetten zich in beginsel tegen preventieve maatregelen. Als de gemeente een systeem van vergunningen in wil voeren voor evenementen toegankelijk voor publiek in of buiten gelegenheden, dan moet dit gezien worden als de invoering van een preventieve maatregel, een voorafgaande beperking. Organisatoren zijn in een systeem van vergunning a priori verplicht een toelating aan te vragen om een evenement te mogen organiseren. Er is een toelatende (eventueel stilzwijgende) beslissing van de gemeentelijke overheid nodig voor de particulier tot de organisatie van het evenement kan overgaan.
Meldingsplicht wordt echter gezien als een louter regelende maatregel die slechts de ordelijke uitoefening van rechten en vrijheden tot voorwerp heeft zonder deze zelf aan te tasten. (De Staercke, 'Evenementen toegankelijk voor publiek en onderworpen aan vergunningen. Welke ruimte hebben onze gemeenten?', Nieuwsbrief VSGB 2003/01, 4-9. zie links)
De gemeente kan enkel voor evenementen ‘in open lucht’ (op of aan openbare wegen) zonder meer een vergunningenstelsel voor evenementen in het leven roepen. Voor ‘vertoningen’ geldt hiervoor art. 130 NGW Voor andere evenementen kan een beroep gedaan worden op art. 119 en 133, tweede lid, NGW.
Voor evenementen die niet op openbare wegen en/of pleinen georganiseerd worden, beschikt de gemeente echter over weinig speelruimte om dergelijk stelsel te organiseren. Voor vertoningen geldt het principieel verbod van preventieve maatregelen, en dergelijke evenementen kunnen ingevolgde de strenge rechtspraak van de raad van state slechts heel uitzonderlijk verboden worden. Ook voor andere evenementen zal er zelden ruimte voor de creatie van een toelatingsstelsel zijn, aangezien voor de meeste een verbod van preventieve maatregelen zal gelden ingevolge de vrijheid van meningsuiting, van vergadering of van eredienst. Slechts voor de evenementen die niet onder de bescherming van een van deze vrijheden vallen, kan de gemeente desgewenst preventief optreden als zij haar bevoegdheid kan terugbrengen tot art. 119 en 133, tweede lid, NGW. (De Staercke, 5-6, zie links)
In het kader van de openbare orde kan er dus voor openbare vergaderingen in gesloten ruimten geen voorafgaandelijke vergunning worden opgelegd. Je kan enkel eisen dat deze vergaderingen vreedzaam en ongewapend zijn.
Een gemeentebestuur mag geen misbruik maken van recht. In het kader van haar opdracht om de orde te handhaven, kan een gemeentebestuur dus geen structurele preventieve maatregelen nemen waarbij grondwettelijke vrijheden worden beperkt.