Er kunnen tal van aanleidingen zijn om de ontwikkeling van een lokaal feest- en fuifbeleid in je gemeente op de agenda te zetten.
Essentieel voor een constructief feest- en fuifbeleid is dat de gemeente zich engageert en zelf acties ontwikkelt. Het is alleen maar aan te moedigen dat lokaal meer en meer het initiatief genomen wordt tot overleg tussen de organisatoren, de gemeente en de politie om de ideeën op elkaar af te stemmen. Het komt erop aan op zoek te gaan naar een gezond evenwicht tussen de inspanningen van de organisator en de engagementen van de lokale overheid die hier tegenover staan. Het kan niet de bedoeling zijn dat de gemeente vooral de organisator aanzet om acties te ontwikkelen.
Bij de documenten vind je een vragenlijst waarmee je kan nagaan hoe je als gemeente scoort qua feest- en fuifbeleid.
Een goed feest- en fuifbeleid is meer dan een gedoogbeleid waarbij feesten en fuiven oogluikend toegelaten worden en waarbij de overheid niet sturend optreedt. Een beleid voeren is ook veel meer dan een reglement opstellen met de idee dat dit eventuele problemen in de toekomst wel zal oplossen.
Voor je werk maakt van een gemeentelijk fuifbeleid, doe je er goed aan om stil te staan bij de vraag wat je doelstellingen zijn en welke acties je moet ontwikkelen om ze te realiseren. Nog te vaak leidt het uittekenen van een fuifbeleid tot nog meer regels voor de organisatoren waardoor ze misschien definitief dreigen af te haken. Door als lokaal bestuur te kiezen voor een pro-actief beleid waarbij de organisator daadwerkelijk steun en begeleiding krijgt, kan je veel problemen voorkomen.
Vooral de kleine fuiven, die Vlaanderen gelukkig nog rijk is, verdienen de nodige ondersteuning van het lokale bestuur. Dit soort fuiven is immers nog het echte jeugdwerk. Jonge mensen krijgen zo de kans zelf de organisatie in handen te nemen, in hun eigen omgeving, waar de sociale controle erg hoog is en de inzet van professionele bewakers meestal overbodig. Bovendien blijkt uit het onderzoek van Vettenburg (2003) e.a. dat kleinschalige fuiven de voorkeur wegdragen van maar liefst één derde van de jongeren die regelmatig uitgaan.
De voorbije jaren zijn de vaste kosten voor deze kleine organisator dusdanig gestegen dat de winstmarges erg klein geworden zijn. Zeker omdat het vaak het voornaamste doelpubliek de 14-18-jarigen zijn. Daarnaast speelt ook het kluwen van regels waaraan fuiforganisatoren moeten beantwoorden geen onbelangrijke rol. In sommige gemeenten zijn kleinschalige fuiven nagenoeg verdwenen en moeten jongeren noodgedwongen naar omliggende gemeentes om te fuiven.
Samengevat vormen ondersteuning en stimulering van het lokale fuifgebeuren de krachtlijnen bij de uitwerking van een positief fuifbeleid. Maak als gemeente werk van positieve maatregelen die feesten en fuiven mogelijk maken. Een fuifbeleid breng je best onder binnen het feestenbeleid van een stad of gemeente zodat alle organisatoren en feestgangers op dezelfde lijn worden geplaatst. Dit feestenbeleid wordt op zijn beurt best gekaderd binnen een ruimer infrastructuur- en cultuurbeleid van de gemeente.