De Nieuwe Gemeentewet werd recent gewijzigd met betrekking tot de handhaving van de openbare orde en het tegengaan van openbare overlast. Veny & De Maertelaer (VENY, L. en DE MAERTELAERE, J., ‘De bevoegdheden van en na te leven voorwaarden door de verschillende gemeente-overheden inzake de handhaving van de openbare orde en het tegengaan van openbare overlast’, in Management in lokale besturen, Antwerpen, Wolters Kluwer, losbladig, s.d., p. 1-46) schetsen de voornaamste wijzigingen.
Ten eerste wordt de verantwoordelijkheid van de gemeentebesturen inzake de handhaving van de openbare orde uitgebreid tot het tegengaan van en het nemen van maatregelen bij alle vormen van openbare overlast. (artikel 135, paragraaf 2, 7° NGW)
Verder kan de gemeenteraad aan een politieverordening publieke rechtshandhaving koppelen. Bij overtreding van of inbreuk op het gemeentelijk politiereglement kunnen administratieve sancties opgelegd worden waarvoor in de regel het college van burgemeester en schepenen bevoegdheid heeft gekregen. (artikel 119 bis, juncto artikel 123, 12° NGW) (in voege vanaf 1 april 2005, zie verder)
Ten slotte zijn de bevoegdheden van de Burgemeester inzake ordehandhaving aangevuld met de mogelijkheid van tijdelijk sluiting van een inrichting of schorsing van een vergunning als de uitbatings- of vergunningsvoorwaarden niet worden nageleefd. (artikel 134ter NGW). Verder kan de Burgemeester de tijdelijke sluiting voor maximum drie maanden van een inrichting bevelen als zijn/haar beslissing bekrachtigd wordt door het schepencollege. Dit kan als er sprake is van verstoring van de openbare orde of het veroorzaken van overlast in of rondom een voor het publiek toegankelijke inrichting. (artikel 134 quater van de NGW)