Vroeger had de organisator voor het schenken van alcoholische dranken met meer dan 1,2%vol gedistilleerde alcohol steeds een vergunning sterke drank nodig. Met een formulier 240i (bewijs van goed gedrag en zeden + attest hygiëne) kon hij/zij terecht bij ‘Douane en Accijnzen’ voor de aanvraag van een formulier 240b voor sterkedrank.
Sinds januari 2006 ligt de verantwoordelijkheid voor de vergunning sterke drank bij de gemeente. Het is de gemeente die beslist of en onder welke vorm ze een vergunning voor het schenken van sterke drank aflevert. Er is geen vergunning nodig voor bieren, wijnen, mousserende en andere al dan niet gegiste dranken en tussenproducten. Porto, sherry en martini mag geschonken worden zonder vergunning; voor het schenken van alcoholpops, pisang, campari, whisky-cola, gin-tonic, jenevers, … kan de gemeente een vergunning eisen dat de organisator een vergunning aanvraagt.
Artikel 9 van de wet van 28 december 1983 blijft behouden. Dit artikel stelt onder meer dat het verkopen van sterkedrank voor gebruik ter plaatse in occasionele drankgelegenheden op plaatsen waar openbare manifestaties plaatsvinden zoals sportieve, politieke en culturele manifestaties verboden, tenzij je speciale machtiging hebt van het college van burgemeester en schepenen. (wet 28 december 1983, B.S. 30 december 1983)
Het begrip "speciale machtiging", als bedoeld in art. 9, verschilt van het begrip "vergunning", bedoeld in de artikelen 2 en 3. Met een speciale machtiging geeft de gemeente toelating, een vergunning is formalistischer. Met artikel 9 beschikken de gemeenten over een instrument om in te grijpen wanneer ze dit nodig achten. Artikel 9 geeft de lokale besturen voldoende bevoegdheden zodat de creatie van een nieuw gemeentelijk vergunningstelsel niet noodzakelijk is.
Het verkopen van sterkedrank aan minderjarigen blijft ook verboden (art. 13)