Gemiddelde decibels (dB(A)LAeq?)
Drie geluidsniveaus of -categorieën
Verplichtingen per geluidscategorie op een rijtje:
- Geluidscategorie 1: muziekactiviteiten met een maximaal geluidsniveau van 85 dB(A) LAeq,15min
- Geluidscategorie 2: muziekactiviteiten luider dan 85 dB(A) LAeq,15min, met een maximaal geluidsniveau van 95 dB(A)LAeq,15min
De sterkte van geluid wordt uitgedrukt in decibel, afgekort dB. De decibelschaal is een logaritmische schaal. Dit wil zeggen dat een toename van 3 dB gelijk is aan een verdubbeling van het geluid en dat een toename van 10 dB tien keer zo veel geluid betekent. Het is dus géén lineaire schaal, zoals bv. afstand in meters, waarbij 20 meter het dubbele is van 10 meter. Het rekenen met decibels is dus een vrij ingewikkelde bezigheid, en in veel gevallen voer voor specialisten. Het is belangrijk dat je weet dat één of een paar decibels zeer veel verschil kunnen uitmaken, vooral voor gehoorschade. Onthoud hierbij dat, hoewel 3 dB verschil een verdubbeling van de geluidsenergie wil zeggen, de meeste mensen pas bij een verschil van 3 dB een duidelijk verschil in geluidssterkte waarnemen. Een toename van 10 dB wordt ervaren als een verdubbeling van de geluidssterkte.
Het ervaren van geluid is subjectief. Muziek die door een bepaalde persoon als ‘te luid’ wordt bestempeld, kan door een andere persoon als aangenaam worden ervaren. En hetzelfde geluidsvolume dat je de ene dag als ‘aanvaardbaar’ aanvoelt, kun je een dag later als ‘te luid’ aanvoelen. Dat komt omdat bij de perceptie van geluid allerlei psychische en fysieke factoren een rol spelen. Van welk soort muziekgenre hou je? In welke stemming verkeer je? Hoe fris of vermoeid ben je? Hoe gevoelig is je gehoor? Al deze dingen spelen een rol bij het bepalen van wat jij persoonlijk als ‘luid’ of ‘te luid’ ervaart.
Om te weten of een bepaald volume daadwerkelijk binnen bepaalde normen blijft, moet je dus het geluid meten met een meettoestel. Meer uitleg daarover vind je in hoofdstuk 4.
Er werd gekozen om te werken met normen uitgedrukt in dB(A)LAeq. Daarbij wordt ook nog een bepaalde tijdsduur vermeld, bv. dB(A) LAeq,15min of dB(A) LAeq,60min. Dit soort decibelnorm wil zeggen dat men het geluid meet gedurende een bepaalde tijd (namelijk 15 minuten of 60 minuten) en dan een gemiddelde over die tijdsduur berekent.
Voorbeeld:
Als de muziek een maximumvolume mag hebben van 95 dB(A) LAeq,15min, dan moet er gedurende 15 minuten worden gemeten om het geluidsniveau te kennen. Gedurende die 15 minuten mag de muziek gerust af en toe luider zijn dan 95 decibel, zolang ze gedurende voldoende lange tijd ook stiller is dan 95 decibel. Wat telt, is dus, hoe luid de muziek gemiddeld is gedurende om het even welke periode van 15 minuten. Dit maakt dat het niet zo eenvoudig is om snel en ‘op het eerste gehoor’ in te schatten of muziek nu al of niet deze norm overschrijdt. Dergelijke gemiddelde dB(A)LAeq– waarden meten en berekenen is wiskundig vrij ingewikkeld, maar in de praktijk bestaan er uiteraard meettoestellen die deze berekeningen onmiddellijk kunnen maken.
Meer uitleg hierover vind je in hoofdstuk 4 van de brochure .
In de regelgeving wordt de volgende logica gehanteerd: hoe hoger het geluidsniveau van de muziek, hoe meer maatregelen moeten worden genomen om het geluid te beheersen en gehoorschade te voorkomen. Om die reden wordt gewerkt met drie categorieën van geluidsniveaus. Iedere categorie heeft zijn eigen verplichtingen. Je mag nooit en op geen enkele plaats luider dan 100 dB(A)LAeq,60min gaan!
De drie geluidsniveaus of -categorieën zijn:
Geluidscategorie 1: tot ≤ 85 dB(A)LAeq,15min.
Geluidscategorie 2: > 85dB(A)LAeq,15min tot ≤95 dB(A)LAeq,15min
Geluidscategorie 3: > 95 dB(A)LAeq,15min tot≤ 100 dB(A)LAeq,60min.
Muziek die stiller is dan een gemiddelde van 85 decibel, gemeten over 15 minuten, vind je bv. in een praatcafé of restaurant, waar de muziek louter als achtergrond dient. Vanaf het moment dat de muziek meer prominent aanwezig is, en zeker vanaf het moment dat het geluidsvolume een ‘dansbaar’ niveau haalt, overschrijdt het gemiddelde volume meestal de 85 decibel.
Ook liveoptredens gaan bijna altijd luider dan het gemiddelde van 85 decibel. Een onversterkt drumstel waarop stevig wordt gespeeld, overschrijdt dit volume in de meeste gevallen makkelijk.
Je hoeft het geluid niet te meten, en je hoeft geen maatregelen te nemen voor gehoorbescherming.
Muziek die luider is dan 85 dB(A) LAeq,15min maar gemiddeld over een kwartier niet boven de 95 decibel gaat, vind je bv. in muziekcafés waar de muziek een stuk luider staat dan in een ‘gewoon’ praatcafé, bij kleine fuiven, bij dansoptredens en bij liveconcerten van stillere genres of concerten in akoestisch zeer gedempte ruimtes zoals theaterzalen.
Je vraagt de nodige toelating aan of je doet een melding (zie verder). Bovendien neem je nog volgende bijkomende maatregelen:
Deze geluidsniveaus vind je bv. bij rockconcerten, grote fuiven en discotheken. Ook pop- of rockconcerten in kleine zalen vallen hier meestal onder.
Je vraagt de nodige toelating of vergunning aan. Bovendien neem je nog volgende bijkomende maatregelen:
De Ambrassade vzw I Leopoldstraat 25 I
1000 Brussel I T 02 551 13 50 I
I
www.ambrassade.be